Insolventierecht

Art. 81 lid 1 RO. Insolventierecht. Verzoek faillietverklaring. Summierlijk blijken van steunvordering. Art…

Hoge Raad, 20 november 2020

Zaakgegevens

Op 20 november 2020 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over insolventierecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
20 november 2020
Datum publicatie
19 november 2020
Zaaknummer
19/04981
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Advocaat
J.H.M. van Swaaij
ECLI
ECLI:NL:HR:2020:1855
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Art. 81 lid 1 RO. Insolventierecht. Verzoek faillietverklaring. Summierlijk blijken van steunvordering. Art. 6 lid 3 Fw.

Procesgang

  1. Gerechtshof Amsterdam · 22 oktober 2019

    ECLI:NL:GHAMS:2019:3793
  2. Conclusie A-G · 5 juni 2020

    ECLI:NL:PHR:2020:567
  3. Hoge Raad · 20 november 2020deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2020:1855

    Bekrachtiging/bevestiging · Conclusie gevolgd

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 19/04981

Datum 20 november 2020

ARREST

In de zaak van

[verzoekster] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats],

VERZOEKSTER tot cassatie,

hierna: [verzoekster],

advocaat: J.H.M. van Swaaij,

tegen

FOLKSAM ÖMSESIDIG SAKFÖRSÄKRING,
gevestigd te Stockholm, Zweden,

VERWEERSTER in cassatie,

hierna: Folksam,

advocaten: J.W.H. van Wijk en J.W. de Jong.

1. Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

  1. het vonnis in de zaak C/13/19/259F van de rechtbank Amsterdam van 7 augustus 2019;

  2. het arrest in de zaak 200.264.399/01 van het gerechtshof Amsterdam van 22 oktober 2019.

[verzoekster] heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Folksam heeft verzocht het beroep te verwerpen.

De conclusie van de Advocaat-Generaal E.B. Rank-Berenschot strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

De advocaat van [verzoekster] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2 Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad:

  • verwerpt het beroep;

  • veroordeelt [verzoekster] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Folksam begroot op € 879,07 aan verschotten en € 1.800,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, H.M. Wattendorff en F.J.P. Lock, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.J. Kroeze op 20 november 2020.