Verbintenissenrecht
Art. 81 lid 1 RO. Verbintenissenrecht. Procesrecht. Verwerving beleggingsproducten. Zorgplicht financieel…
Hoge Raad, 19 juli 2019
ECLI:NL:HR:2019:1241 · Hoge Raad · 19 juli 2019
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/verbintenissenrecht/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2019-1241
Zaakgegevens
Op 19 juli 2019 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 19 juli 2019
- Datum publicatie
- 18 juli 2019
- Zaaknummer
- 18/01664
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Verbintenissenrecht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. B.I Kraaipoel, mr. J. van Duijvendijk-Brand
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2019:1241
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Verbintenissenrecht. Procesrecht. Verwerving beleggingsproducten. Zorgplicht financieel adviseur. Klachtplicht; art. 6:89 BW. Maatstaf voor verwijzing naar schadestaatprocedure.
Procesgang
Uitspraak · 2018
ECLI:NL:GHARL:2018:706Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 3 mei 2019
ECLI:NL:PHR:2019:473Hoge Raad · 19 juli 2019deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2019:1241
Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg · Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 18/01664
Datum 19 juli 2019
ARREST
In de zaak van
[eiser] ,
wonende te [woonplaats] ,
EISER tot cassatie, verweerder in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,
hierna: [eiser] ,
advocaat: mr. B.I. Kraaipoel,
tegen
[verweerster] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats],
VERWEERSTER in cassatie, eiseres in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,
hierna: [verweerster],
advocaat: mr. J. van Duijvendijk-Brand.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak C/16/379355/HA ZA 14-814 van de rechtbank Midden-Nederland van 17 december 2014 en 15 juli 2015;
b. de arresten in de zaak 200.179.364 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 7 februari 2017 en 23 januari 2018.
[eiser] heeft tegen het arrest van het gerechtshof van 23 januari 2018 beroep in cassatie ingesteld. [verweerster] heeft voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld.
Partijen hebben over en weer een verweerschrift tot verwerping van het beroep ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping.
2 Beoordeling van het middel in het principale beroep
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
Nu het middel in het principale beroep faalt, komt het voorwaardelijk ingestelde incidentele beroep niet aan de orde.
3 Beslissing
De Hoge Raad:
? verwerpt het principale beroep;
? veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op € 2.707,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, T.H. Tanja-van den Broek en C.E. du Perron, en in het openbaar uitgesproken door de vicepresident E.J. Numann op 19 juli 2019.