Verbintenissenrecht
Art. 81 lid 1 RO. Verbintenissenrecht. Arbeidsongeval van uitzendkracht waarvoor inlener aansprakelijk is…
Hoge Raad, 17 april 2020
ECLI:NL:HR:2020:739 · Hoge Raad · 17 april 2020
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/verbintenissenrecht/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2020-739
Zaakgegevens
Op 17 april 2020 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 17 april 2020
- Datum publicatie
- 16 april 2020
- Zaaknummer
- 19/02439
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Verbintenissenrecht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- M.A.J.G. Janssen
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2020:739
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Verbintenissenrecht. Arbeidsongeval van uitzendkracht waarvoor inlener aansprakelijk is. Uitzendbureau is eigenrisicodrager voor de Ziektewet (art. 63a ZW). Uitzendbureau zoekt regres op inlener ter zake van betaalde ZW-uitkeringen en re-integratiekosten. Kan inlener zich op verhaalsbescherming van art. 52b ZW beroepen?
Procesgang
Uitspraak · 2016
ECLI:NL:RBLIM:2016:7708Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 20 december 2019
ECLI:NL:PHR:2019:1361Hoge Raad · 17 april 2020deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2020:739
Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg · Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 19/02439
Datum 17 april 2020
ARREST
In de zaak van
FLEXPOINT DIENSTEN GROEP B.V.,
gevestigd te Kerkrade,
EISERES tot cassatie,
hierna: Flexpoint,
advocaat: M.A.J.G. Janssen,
tegen
ACCO BRANDS BENELUX B.V.,
gevestigd te Born,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: Acco,
niet verschenen.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
-
het vonnis in de zaak 4918893/CV EXPL 16-3163 van de rechtbank Limburg van 7 september 2016;
-
het arrest in de zaak 200.209.061/01 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 26 februari 2019.
Flexpoint heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
Tegen Acco is verstek verleend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal B.F. Assink strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van Flexpoint heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2 Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad:
-
verwerpt het beroep;
-
veroordeelt Flexpoint in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Acco begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident C.A. Streefkerk als voorzitter en de raadsheren M.V. Polak, C.E. du Perron, C.H. Sieburgh en H.M. Wattendorff, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer C.E. du Perron op 17 april 2020.