Strafrecht overig

Diefstal van auto d.m.v. valse sleutel, art. 311.1.5 Sr. 1. Afwijzing aanhoudingsverzoek ttz. in hoger beroep…

Hoge Raad, 3 november 2026

Zaakgegevens

Op 3 november 2026 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
3 november 2026
Datum publicatie
29 oktober 2026
Zaaknummer
25/00529
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2026:1768
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Diefstal van auto d.m.v. valse sleutel, art. 311.1.5 Sr. 1. Afwijzing aanhoudingsverzoek ttz. in hoger beroep door gemachtigde raadsvrouw gedaan op de grond dat zij verdachte ttz. had verwacht en hij heeft gezegd dat hij bij behandeling aanwezig wilde zijn, door hof afgewezen omdat geen concrete omstandigheid aan verzoek ten grondslag is gelegd en o.g.v. belangenafweging. 2. Bewijsklacht wederrechtelijke toe-eigening. Heeft hof de verwerping van alternatief scenario (verdachte is door kennis gevraagd auto op te halen) voldoende gemotiveerd verworpen?

HR: art. 81.1 RO.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 25 augustus 2026

    ECLI:NL:PHR:2026:742
  2. Hoge Raad · 3 november 2026deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2026:1768

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 25/00529

Datum 3 november 2026

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 30 januari 2025, nummer 23-001938-24, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1995,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat S.W. Kuijpers bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.

De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de raadsheer A.L.J. van Strien als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 3 november 2026.