Strafrecht overig

Belaging, art. 285b.1 Sr. 1. Bewijsklachten pleegperiode, veelvuldig Whatsappberichten versturen, zich nabij…

Hoge Raad, 3 november 2026

Zaakgegevens

Op 3 november 2026 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
3 november 2026
Datum publicatie
3 november 2026
Zaaknummer
24/04121
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2026:1809
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Belaging, art. 285b.1 Sr. 1. Bewijsklachten pleegperiode, veelvuldig Whatsappberichten versturen, zich nabij woning van aangeefster begeven, claxoneren en veelvuldig voorbij rijden van woning. 2. Motivering vrijheidsbeperkende maatregel (contactverbod en locatieverbod), art. 38v Sr. Kan uit ’s hofs motivering volgen dat maatregel is opgelegd ter beveiliging van maatschappij of ter voorkoming van strafbare feiten? 3. Vordering benadeelde partij t.z.v. immateriële schade en oplegging schadevergoedingsmaatregel. Kon hof oordelen dat sprake is van aantasting in persoon “op andere wijze” a.b.i. art. 6:106.b BW?

HR: art. 81.1 RO.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 22 september 2026

    ECLI:NL:PHR:2026:885
  2. Hoge Raad · 3 november 2026deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2026:1809

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 24/04121

Datum 3 november 2026

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 8 november 2024, nummer 21-004588-22, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1978,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat J. Kuijper bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.

De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de raadsheer A.L.J. van Strien als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en C.N. Dalebout, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 3 november 2026.