Strafrecht overig
Beschikking a.b.i. art. 36a Sr op vordering OvJ tot onttrekking aan het verkeer van dode vogels…
ECLI:NL:HR:1982:AC7509 · Hoge Raad · 16 februari 1982
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-1982-ac7509
Zaakgegevens
Op 16 februari 1982 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 16 februari 1982
- Datum publicatie
- 4 april 2013
- Zaaknummer
- 1252 Besch
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:1982:AC7509
Samenvatting
Beschikking a.b.i. art. 36a Sr op vordering OvJ tot onttrekking aan het verkeer van dode vogels (sneeuwvinken, zee-eenden, zeekoet, scholekster en Jan van Gent) en vogelvergunningen. Klaagschrift a.b.i. art. 552b Sv en art. 36b Sr. Heeft Ktr vastgesteld dat met betrekking tot de aan het verkeer onttrokken voorwerpen strafbare feiten zijn begaan? HR ambtshalve: Uit overwegingen Ktr kan niet volgen dat voorwerpen ten aanzien waarvan beklag ongegrond is verklaard vatbaar zijn voor onttrekking aan het verkeer. Met name kan onttrekking niet steunen op art. 36b.b Sr, aangezien Ktr niet heeft vastgesteld dat m.b.t. die voorwerpen strafbare feiten zijn begaan, doch slechts dat redelijk vermoeden bestaat dat zulks het geval is. Beschikking is daarom niet naar eis der wet met redenen omkleed.
Volgt partiële vernietiging en verwijzing.
Procesgang
Hoge Raad · 16 februari 1982deze uitspraak
ECLI:NL:HR:1982:AC7509
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 16 februari 1982
ECLI:NL:PHR:1982:AC7509
Uitspraak
Inhoudsopgave
16 februari 1982
Strafkamer nr.
1252 besch
E.H.
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de Kantonrechter te Eindhoven van 6 november 1981 op een beklag als bedoeld in artikel 552b van het Wetboek van Strafvordering, ingediend door:
[klager] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1952, wonende te [woonplaats] .
1De bestreden beschikking
De Kantonrechter heeft het door klager ingediende beklag strekkende tot teruggave aan klager van de in bovenstaande beschikking omschreven voorwerpen gedeeltelijk gegrond en gedeeltelijk ongegrond verklaard.
2Het cassatieberoep
Het beroep is ingesteld door de klager en beperkt zich kennelijk tot de ongegrondverklaring van het beklag. Middelen van cassatie zijn door of namens deze niet voorgesteld.
3De conclusie van het Openbaar Ministerie
De Advocaat-Generaal Leijten heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden beschikking en tot verwijzing van deze zaak naar de Rechtbank te 's-Hertogenbosch om deze opnieuw te berechten en af te doen.
4Ambtshalve beoordeling van de bestreden beschikking
Ter motivering van de bestreden beschikking - voor zover daarbij het beklag ongegrond is verklaard - heeft de Kantonrechter overwogen als volgt:
Uit het ambtsedig proces-verbaal nr. 2473/80 dd. 10 maart 1980, opgemaakt door de opsporingsambtenaren [verbalisant 1] en [verbalisant 2] blijkt van feiten en "omstandigheden waaruit een redelijk vermoeden voortvloeit dat met betrekking tot de aan het verkeer onttrokken verklaarde voorwerpen, behoudens voor wat betreft "de twee geprepareerde sneeuwvinken, strafbare feiten zijn begaan. Ten aanzien van die feiten is inmiddels het recht tot strafvordering door verjaring komen te "vervallen.
"Klager heeft niet gesteld of aannemelijk gemaakt dat die voorwerpen ten onrechte aan het verkeer onttrokken zijn verklaard. Aangenomen moet worden dat die "voorwerpen van zodanige aard zijn, dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet, zodat het beklag ongegrond behoort te worden verklaard.
"Ten aanzien van de twee geprepareerde sneeuwvinken met bijbehorende C2 vergunningen is onvoldoende bewezen dat een strafbaar feit is begaan."
Uit deze overwegingen kan niet volgen dat de voorwerpen ten aanzien waarvan het beklag ongegrond is verklaard vatbaar zijn voor onttrekking aan het verkeer. Met name kan de onttrekking niet steunen op artikel 36b, aanhef en onder b, van het Wetboek van Strafrecht, aangezien de Kantonrechter niet heeft vastgesteld dat met betrekking tot die voorwerpen strafbare feiten zijn begaan, doch slechts dat een redelijk vermoeden bestaat dat zulks het geval is.
De bestreden beschikking is mitsdien niet naar de eis der wet met redenen omkleed.
5Slotsom
Het vorenoverwogene brengt mee, dat de bestreden beschikking moet worden vernietigd voor zover daarin het beklag van klager ongegrond is verklaard en in zoverre verwijzing moet volgen.
6Beslissing
De Hoge Raad vernietigt de bestreden beschikking voor zover daarin het beklag van klager ongegrond is verklaard en verwijst de zaak in zoverre naar de Arrondissementsrechtbank te 's-Hertogenbosch teneinde haar opnieuw te berechten en af te doen.
Deze beschikking is gegeven door de president Moons als voorzitter en de raadsheren Van der Ven, Bronkhorst, Jeukens en Haak, in bijzijn van de griffier Verburg, in raadkamer van 16 februari 1982