Strafrecht overig
Profijtontneming, w.v.v. uit verkoop hennep. Kon Hof in p-v van politie vervatte berekening van w.v.v. die is…
ECLI:NL:HR:2000:ZD1671 · Hoge Raad · 4 januari 2000
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2000-zd1671
Zaakgegevens
Op 4 januari 2000 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 4 januari 2000
- Datum publicatie
- 8 april 2013
- Zaaknummer
- 112.067P
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2000:ZD1671
Samenvatting
Profijtontneming, w.v.v. uit verkoop hennep. Kon Hof in p-v van politie vervatte berekening van w.v.v. die is gebaseerd op inbeslaggenomen kasboeken en aanvullende notities zonder nadere motivering als b.m. gebruiken, terwijl betrouwbaarheid van deze kasboeken en notities ttz. uitdrukkelijk is betwist? In beginsel is het voorbehouden aan rechter die over feiten oordeelt om, binnen door wet getrokken grenzen, van beschikbaar bewijsmateriaal datgene tot bewijs van schatting van omvang van w.v.v. te bezigen wat hem uit oogpunt van betrouwbaarheid dienstig voorkomt en datgene terzijde te stellen wat hij daarvoor van geen waarde acht. Deze beslissing behoeft geen motivering, behoudens bijzondere gevallen waarvan hier geen sprake is. Volgt verwerping.
Procesgang
Hoge Raad · 4 januari 2000deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2000:ZD1671
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 4 januari 2000
ECLI:NL:PHR:2000:ZD1671
Uitspraak
4 januari 2000
Strafkamer
Nr. 112.067 P
AB
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het Gerechtshof te Arnhem van 6 oktober 1998 op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste van: [betrokkene], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1971, wonende te [plaats].
1. De bestreden uitspraak
1.1. Het Hof heeft in hoger beroep — met vernietiging van een beslissing van de Arrondissementsrechtbank te Almelo van 18 februari 1997 — de veroordeelde de verplichting opgelegd tot betaling aan de Staat van een bedrag van twintigduizend gulden, subsidiair éénhonderdtwintig dagen hechtenis.
1.2. De bestreden uitspraak is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
2. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr R. Zilver, advocaat te Wijk bij Duurstede, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Jörg heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het eerste middel
3.1. Het middel bevat de klacht dat het Hof zonder nadere motivering als bewijsmiddel een in een proces-verbaal van politie vervatte berekening van het wederrechtelijk verkregen oordeel heeft gebruikt, welke berekening is gebaseerd op de inbeslaggenomen kasboeken en aanvullende notities, terwijl de betrouwbaarheid van deze kasboeken en notities ter terechtzitting uitdrukkelijk is betwist.
3.2. In beginsel is het voorbehouden aan de rechter die over de feiten oordeelt om, binnen de door de wet getrokken grenzen, van het beschikbare bewijsmateriaal datgene tot het bewijs van de schatting van de omvang van het wederrechtelijk verkregen voordeel te bezigen dat hem uit een oogpunt van betrouwbaarheid dienstig voorkomt en datgene terzijde te stellen wat hij daarvoor van geen waarde acht. Deze beslissing behoeft geen motivering, behoudens bijzondere gevallen waarvan hier geen sprake is. Het middel faalt.
4. Beoordeling van het tweede middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 101a RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
5. Slotsom
Nu geen van de middelen tot cassatie kan leiden, terwijl de Hoge Raad ook geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, moet het beroep worden verworpen.
6. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president Haak als voorzitter, en de raadsheren Corstens en Orie, in bijzijn van de griffier Bakker, en uitgesproken op 4 januari 2000.