Strafrecht overig
Antilliaanse uitleveringszaak. De uitleveringsrechter is bij toelaatbaarverklaring niet verplicht de…
Hoge Raad, 14 december 2004
ECLI:NL:HR:2004:AR5747 · Hoge Raad · 14 december 2004
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2004-ar5747
Zaakgegevens
Op 14 december 2004 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 14 december 2004
- Datum publicatie
- 4 april 2013
- Zaaknummer
- 02232/04 UA
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2004:AR5747
Samenvatting
Antilliaanse uitleveringszaak. De uitleveringsrechter is bij toelaatbaarverklaring niet verplicht de kwalificatie naar het strafrecht van de Nederlandse Antillen op te nemen. Vermelding van de toepasselijke wetsbepalingen is voldoende.
Procesgang
Hoge Raad · 14 december 2004deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2004:AR5747
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 14 december 2004
ECLI:NL:PHR:2004:AR5747
Uitspraak
14 december 2004
Strafkamer
nr. 02232/04 UA
AGJ/SM
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een einduitspraak van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba van 21 mei 2004, nummer H.A.R. 23/2004, op een verzoek van de Verenigde Staten van Amerika tot uitlevering van:
[de opgeëiste persoon], geboren [te geboorteplaats] op [geboortedatum] 1961, wonende [te woonplaats], ten tijde van de betekening van de aanzegging gedetineerd in het Huis van Bewaring op Curaçao.
1. De bestreden uitspraak
Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie heeft de gevraagde uitlevering van de opgeëiste persoon toelaatbaar verklaard ter strafvervolging ter zake van het in de bestreden uitspraak omschreven feit.
2. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de opgeëiste persoon. Namens deze heeft mr. G. Spong, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Vellinga heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het eerste middel
3.1. Het middel bevat de klacht dat het Hof de feiten waarvoor de uitlevering toelaatbaar wordt verklaard, onjuist heeft gekwalificeerd.
3.2. In het middel wordt er aan voorbijgezien dat de uitleveringsrechter niet verplicht is in geval van toelaatbaarverklaring van de verzochte uitlevering in de bestreden uitspraak de kwalificatie naar - in dit geval - het strafrecht van de Nederlandse Antillen op te nemen.
Voldoende is dat de toepasselijke wetsbepalingen worden vermeld.
3.3. Het middel faalt dus.
4. Beoordeling van het tweede middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
5. Slotsom
Nu geen van de middelen tot cassatie kan leiden, terwijl de Hoge Raad ook geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, moet het beroep worden verworpen.
6. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president C.J.G. Bleichrodt als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en J. de Hullu, in bijzijn van de waarnemend-griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken op 14 december 2004.