Strafrecht overig

Conclusie AG over de (on)mogelijkheid van niet-ontvankelijkverklaring van het OM bij onrechtmatigheden…

Hoge Raad, 20 februari 2007

Zaakgegevens

Op 20 februari 2007 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
20 februari 2007
Datum publicatie
5 april 2013
Zaaknummer
01385/06
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2007:AZ6152
E-mail

Samenvatting

Conclusie AG over de (on)mogelijkheid van niet-ontvankelijkverklaring van het OM bij onrechtmatigheden waardoor de verdachte niet in zijn belangen is geschaad. HR:81RO.

Procesgang

  1. Hoge Raad · 20 februari 2007deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2007:AZ6152

  2. Conclusie A-G · 20 februari 2007

    ECLI:NL:PHR:2007:AZ6152

Uitspraak

20 februari 2007

Strafkamer

nr. 01385/06

DV/AM

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 13 september 2005, nummer 20/001848-04, in de strafzaak tegen:

[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1951, ten tijde van de betekening van de aanzegging gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting "Limburg Zuid" (Huis van Bewaring "Overmaze") te Maastricht.

1. Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. J. Boksem, advocaat te Leeuwarden, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal Wortel heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad het beroep zal verwerpen.

2. Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3. Slotsom

Nu geen van de middelen tot cassatie kan leiden, terwijl de Hoge Raad ook geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, moet het beroep worden verworpen.

4. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president G.J.M. Corstens als voorzitter, en de raadsheren W.A.M. van Schendel en J.W.Ilsink, in bijzijn van de waarnemend griffier D.N.I. Gjaltema, en uitgesproken op 20 februari 2007.