Strafrecht overig

Art. 261 Sv. Bewijsklacht. HR: 81 RO.

Zaakgegevens

Op 2 december 2008 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
2 december 2008
Datum publicatie
5 april 2013
Zaaknummer
07/11142
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2008:BG1649
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Art. 261 Sv. Bewijsklacht. HR: 81 RO.

Procesgang

  1. Hoge Raad · 2 december 2008deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2008:BG1649

  2. Conclusie A-G · 2 december 2008

    ECLI:NL:PHR:2008:BG1649

Uitspraak

2 december 2008

Strafkamer

Nr. 07/11142

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 27 november 2006, nummer 20/010627-05, in de strafzaak tegen:

[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum], wonende te [woonplaats].

1. Geding in cassatie

1.1. Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. F.L.L. Vermeeren, advocaat te 's-Hertogenbosch, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De waarnemend Advocaat-Generaal Bleichrodt heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

1.2. De Hoge Raad heeft kennisgenomen van het schriftelijk commentaar van de raadsman op de conclusie van de waarnemend Advocaat-Generaal.

2. Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren J.P. Balkema en W.M.E. Thomassen, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken op 2 december 2008.