Strafrecht overig
Ontvankelijkheid cassatieberoep. O.g.v. de inhoud van de aan het dubbel van de dagvaarding in hoger beroep…
Hoge Raad, 11 januari 2011
ECLI:NL:HR:2011:BO5251 · Hoge Raad · 11 januari 2011
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2011-bo5251
Zaakgegevens
Op 11 januari 2011 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 11 januari 2011
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 09/03124
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2011:BO5251
Samenvatting
Ontvankelijkheid cassatieberoep. O.g.v. de inhoud van de aan het dubbel van de dagvaarding in hoger beroep gehechte akte van uitreiking moet worden aangenomen dat die uitreiking - voor de geldigheid waarvan een op de akte gestelde handtekening voor ontvangst geen constitutief vereiste is - overeenkomstig art. 588.1 Sv in persoon is geschied. Verdachte kan ingevolge art. 432.1, aanhef en onder a, Sv niet in het beroep worden ontvangen.
Procesgang
Hoge Raad · 11 januari 2011deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2011:BO5251
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 11 januari 2011
ECLI:NL:PHR:2011:BO5251
Uitspraak
11 januari 2011
Strafkamer
nr. 09/03124
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een bij verstek gewezen arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 30 juni 2009, nummer 22/002672-08, in de strafzaak tegen:
[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1988, ten tijde van de betekening van de aanzegging uit anderen hoofde gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting "Breda, locatie De Boschpoort" te Breda.
1. Geding in cassatie
1.1. Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. E. Maessen, advocaat te Maastricht, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld.
De Advocaat-Generaal Hofstee heeft geconcludeerd dat de verdachte niet-ontvankelijk zal worden verklaard in zijn beroep.
1.2. De raadsman heeft schriftelijk op de conclusie gereageerd.
2. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
Blijkens de daarvan opgemaakte akte is het beroep in cassatie ingesteld op 6 augustus 2009. De aan het dubbel van de dagvaarding in hoger beroep gehechte akte van uitreiking houdt in dat die dagvaarding op 30 juni 2009 aan de toen uit anderen hoofde gedetineerde verdachte is "uitgereikt aan de gedetineerde in persoon". In die akte is onder de rubriek "handtekening voor ontvangst:" geen handtekening gesteld. In de marge van die rubriek staat de handgeschreven aantekening: "wel uitgereikt, niet getekend". Op grond van de inhoud van die akte moet worden aangenomen dat die uitreiking - voor de rechtsgeldigheid waarvan een op de akte gestelde handtekening voor ontvangst geen vereiste is - overeenkomstig art. 588, eerste lid, Sv in persoon is geschied. Uit een en ander vloeit voort dat de verdachte ingevolge art. 432, eerste lid aanhef en onder a, Sv niet in het beroep kan worden ontvangen.
3. Beslissing
De Hoge Raad verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en M.A. Loth, in bijzijn van de waarnemend griffier S.C. Rusche, en uitgesproken op 11 januari 2011.