Strafrecht overig

De schriftuur bevat geen middelen als in de wet bedoeld. Verdachte niet-ontvankelijk.

Zaakgegevens

Op 5 april 2011 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
5 april 2011
Datum publicatie
5 april 2013
Zaaknummer
10/00099
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2011:BQ0186
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

De schriftuur bevat geen middelen als in de wet bedoeld. Verdachte niet-ontvankelijk.

Procesgang

  1. Hoge Raad · 5 april 2011deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2011:BQ0186

  2. Conclusie A-G · 5 april 2011

    ECLI:NL:PHR:2011:BQ0186

Uitspraak

5 april 2011

Strafkamer

nr. 10/00099

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 3 oktober 2008, nummer 20/003905-06, in de strafzaak tegen:

[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1979, ten tijde van de betekening van de aanzegging zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande.

1. Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Middelen van cassatie zijn namens deze niet voorgesteld.

De Advocaat-Generaal Machielse heeft geconcludeerd dat de verdachte niet-ontvankelijk zal worden verklaard in het beroep.

2. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, is niet in acht genomen het voorschrift van art. 437, tweede lid, Sv, zodat de verdachte in het beroep niet kan worden ontvangen.

3. Beslissing

De Hoge Raad verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren W.M.E. Thomassen en M.A. Loth, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken op 5 april 2011.