Strafrecht overig
Art. 322.3 Sv. Nu uit het laatste p-v ttz. niet blijkt dat de A-G bij het Hof en verdachte hebben ingestemd…
ECLI:NL:HR:2012:BX5480 · Hoge Raad · 23 oktober 2012
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2012-bx5480
Zaakgegevens
Op 23 oktober 2012 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 23 oktober 2012
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 11/02687
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2012:BX5480
Samenvatting
Art. 322.3 Sv. Nu uit het laatste p-v ttz. niet blijkt dat de A-G bij het Hof en verdachte hebben ingestemd met hervatting van het onderzoek ttz. moet het in cassatie ervoor worden gehouden dat die instemming niet is gegeven. Het Hof had het onderzoek ttz. opnieuw moeten aanvangen. Blijkens voormeld p-v heeft het Hof dit verzuimd, wat leidt tot nietigheid van het onderzoek ttz. en van de einduitspraak.
Procesgang
Hoge Raad · 23 oktober 2012deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2012:BX5480
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 23 oktober 2012
ECLI:NL:PHR:2012:BX5480
Uitspraak
23 oktober 2012
Strafkamer
nr. S 11/02687
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 10 december 2010, nummer 20/000650-09, in de strafzaak tegen:
[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1965, wonende te [woonplaats].
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. Th.J. Kelder, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Vegter heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest en tot terugwijzing van de zaak naar het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.
2. Beoordeling van het eerste middel
2.1. Het middel behelst de klacht dat het in art. 322, derde lid, Sv gegeven voorschrift niet is nageleefd.
2.2. De op de voet van art. 434, eerste lid, Sv aan de Hoge Raad toegezonden stukken houden, voor zover hier van belang, het volgende in.
(i) De behandeling in hoger beroep is aangevangen ter terechtzitting van 27 april 2010. Op deze terechtzitting was het Hof samengesteld uit mrs. Westenbroek, Harmsen en Van der Meijde. Het onderzoek is geschorst tot de terechtzitting van 17 september 2010.
(ii) Op 17 september 2010 heeft een zogenoemde pro forma-zitting plaatsgevonden.
(iii) De zaak is vervolgens behandeld ter terechtzitting van 26 november 2010. Na sluiting van het onderzoek is mededeling gedaan van de dag waarop het Hof uitspraak zou doen. Op deze terechtzitting was het Hof samengesteld uit mrs. Harmsen,
Van der Meijde en Van Laethem.
2.3. Het proces-verbaal van de terechtzitting van 26 november 2010 houdt niet in dat de Advocaat-Generaal bij het Hof en de verdachte hebben ingestemd met hervatting van het onderzoek ter terechtzitting in de stand waarin zich dat bevond ten tijde van de schorsing daarvan op 27 april 2010. Het moet er daarom in cassatie voor worden gehouden dat die instemming niet is gegeven. Bij die stand van zaken had het Hof het onderzoek ter terechtzitting opnieuw moeten aanvangen. Blijkens het voormelde proces-verbaal heeft het Hof dat evenwel niet gedaan. Gelet op art. 322, derde lid, Sv - dat ingevolge art. 415, eerste lid, Sv in hoger beroep van overeenkomstige toepassing is - leidt dit verzuim tot nietigheid van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 26 november 2010 en de mede naar aanleiding daarvan gewezen einduitspraak.
2.4. Het middel is terecht voorgesteld.
3. Slotsom
Hetgeen hiervoor is overwogen, brengt mee dat de bestreden uitspraak niet in stand kan blijven, de overige middelen geen bespreking behoeven en als volgt moet worden beslist.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak;
wijst de zaak terug naar het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren H.A.G. Splinter-van Kan en J. Wortel, in bijzijn van de waarnemend griffier A.C. ten Klooster, en uitgesproken op 23 oktober 2012.