Strafrecht overig
Beklag, beslag. Art. 552a Sv. HR ambtshalve: uit door de A-G ingewonnen inlichtingen blijkt dat het…
ECLI:NL:HR:2013:148 · Hoge Raad · 2 juli 2013
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2013-148
Zaakgegevens
Op 2 juli 2013 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 2 juli 2013
- Datum publicatie
- 22 juli 2013
- Zaaknummer
- 12/05280 B
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2013:148
Samenvatting
Beklag, beslag. Art. 552a Sv. HR ambtshalve: uit door de A-G ingewonnen inlichtingen blijkt dat het klaagschrift ter griffie van de Rb is ontvangen, nadat h.b. is ingesteld in de strafzaak in het kader waarvan de personenauto in beslag is genomen. Dit betekent dat de Rb o.g.v. art. 552a.3 Sv niet bevoegd was tot kennisneming van het klaagschrift.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 23 april 2013
ECLI:NL:PHR:2013:105Hoge Raad · 2 juli 2013deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2013:148
Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
Inhoudsopgave
2 juli 2013
Strafkamer
nr. 12/05280 B
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de Rechtbank Roermond van 23 oktober 2012, nummer RK 12/837, op een klaagschrift als bedoeld in art. 552a Sv, ingediend door:
[klaagster] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1964.
1 Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de klaagster. Namens deze heeft mr. K. Dirlik, advocaat te Alkmaar, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal W.H. Vellinga heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden beschikking en tot verwijzing van de zaak naar het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden teneinde op het bestaande klaagschrift opnieuw te worden behandeld en afgedaan.
De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.
2 Ambtshalve beoordeling van de bestreden beschikking
Bij klaagschrift als bedoeld in art. 552a Sv, dat blijkens een daarop geplaatst stempel op 18 juli 2012 ter griffie van de Rechtbank Roermond is ingekomen, heeft de klaagster om teruggave verzocht van de onder haar inbeslaggenomen personenauto BMW X5, met het originele kenteken [AA-00-BB]. De Rechtbank heeft bij beschikking van 23 oktober 2012 het klaagschrift van de klaagster ongegrond verklaard.
Uit door de Advocaat-Generaal ingewonnen inlichtingen, zoals in de conclusie vermeld, blijkt dat het klaagschrift van de klaagster ter griffie van de Rechtbank is ontvangen, nadat hoger beroep is ingesteld in de strafzaak in het kader waarvan de personenauto in beslag is genomen. Dit betekent dat de Rechtbank op grond van art. 552a, derde lid, Sv niet bevoegd was tot kennisneming van het klaagschrift van de klaagster.
3 Slotsom
Hetgeen hiervoor is overwogen brengt mee dat de bestreden beschikking niet in stand kan blijven, de middelen geen bespreking behoeven en als volgt moet worden beslist.
4 Beslissing
De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden beschikking;
verklaart de Rechtbank onbevoegd tot kennisneming van het klaagschrift;
bepaalt dat de stukken ter behandeling en afdoening van het beklag zullen worden gezonden aan het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren H.A.G. Splinter-van Kan en J. Wortel, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 2 juli 2013.