Strafrecht overig

Art. 6 EVRM. Overschrijding inzendtermijn in voldoende mate gecompenseerd door voortvarende afdoening door HR.

Zaakgegevens

Op 8 januari 2013 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
8 januari 2013
Datum publicatie
5 april 2013
Zaaknummer
11/04966
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2013:BY7903
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Art. 6 EVRM. Overschrijding inzendtermijn in voldoende mate gecompenseerd door voortvarende afdoening door HR.

Procesgang

  1. Gerechtshof Amsterdam · 26 oktober 2011

    ECLI:NL:GHAMS:2011:BX5860
  2. Hoge Raad · 8 januari 2013deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2013:BY7903

    Bekrachtiging/bevestiging

  3. Conclusie A-G · 8 januari 2013

    ECLI:NL:PHR:2013:BY7903

Uitspraak

8 januari 2013

Strafkamer

nr. S 11/04966

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Amsterdam van 26 oktober 2011, nummer 23/002726-10, in de strafzaak tegen:

[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1981.

1. Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. B.P. de Boer, advocaat te Haarlem, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal Machielse heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2. Beoordeling van het middel

2.1. Het middel klaagt dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM in de cassatiefase is overschreden omdat de stukken te laat door het Hof zijn ingezonden.

2.2. Nu de Hoge Raad de zaak binnen veertien maanden na het instellen van het cassatieberoep afdoet, waardoor de overschrijding van de inzendtermijn in voldoende mate wordt gecompenseerd, kan - wat betreft de totale duur van de behandeling in cassatie - niet worden gesproken van een overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM.

2.3. Het middel faalt derhalve.

3. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de raadsheer J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en N. Jörg, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken op 8 januari 2013.