Strafrecht overig
Strafoplegging. De oplegging van een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf is in het licht van hetgeen het…
Hoge Raad, 28 januari 2014
ECLI:NL:HR:2014:175 · Hoge Raad · 28 januari 2014
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2014-175
Zaakgegevens
Op 28 januari 2014 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 28 januari 2014
- Datum publicatie
- 28 januari 2014
- Zaaknummer
- 11/04903
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2014:175
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Strafoplegging. De oplegging van een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf is in het licht van hetgeen het Hof heeft overwogen omtrent de oplegging van een (gedeeltelijk) voorwaardelijke straf niet begrijpelijk.
Procesgang
Uitspraak · 2011
ECLI:NL:GHSHE:2011:5333Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 15 oktober 2013
ECLI:NL:PHR:2013:1851Hoge Raad · 28 januari 2014deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2014:175
Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg · (Gedeeltelijke) vernietiging met terugwijzenVernietigingDe hogere rechter zet de eerdere uitspraak (deels) opzij en beslist zelf, of laat een andere rechter de zaak opnieuw doen.Meer uitleg
Uitspraak
28 januari 2014
Strafkamer
nr. 11/04903
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 2 november 2011, nummer 20/002194-10, in de strafzaak tegen:
[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1988.
1 Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. R. Herregodts, advocaat te 's-Hertogenbosch, middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal G. Knigge heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, doch alleen voor zover daarin aan de verdachte ten aanzien van feit 2 een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden is opgelegd, tot zodanige op art. 440 Sv gebaseerde beslissing als de Hoge Raad gepast zal voorkomen en tot verwerping van het beroep voor het overige.
2. Beoordeling van het tweede, het derde en het vierde middel
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3 Beoordeling van het eerste middel
Het middel klaagt over de motivering van de strafoplegging.
Het Hof heeft ter zake het onder 2 bewezenverklaarde "witwassen" aan de verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden opgelegd.
Het bestreden arrest houdt ten aanzien van de strafoplegging het volgende in:
"Naar het oordeel van het hof kan gelet op de ernst van het bewezen verklaarde in de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komt in het hierop gestelde wettelijk strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd, niet kan worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf die onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming voor de hierna te vermelden duur met zich brengt. Witwassen van gelden ontwricht het economische verkeer en ondermijnt daardoor het vertrouwen in het financiële stelsel.
Het hof heeft echter ook gelet op de relatief beperkte rol welke verdachte in het bewezen verklaarde handelen heeft gehad en hij niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.
Met oplegging van een (gedeeltelijk) voorwaardelijke straf wordt enerzijds de ernst van het bewezen verklaarde tot uitdrukking gebracht en wordt anderzijds de strafoplegging dienstbaar gemaakt aan het voorkomen van nieuwe strafbare feiten."
De oplegging van een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf is in het licht van hetgeen het Hof heeft overwogen omtrent de oplegging van een (gedeeltelijk) voorwaardelijke straf niet begrijpelijk.
4 Slotsom
Nu de Hoge Raad geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat het vijfde middel geen bespreking behoeft en als volgt moet worden beslist.
5 Beslissing
De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de strafoplegging;
wijst de zaak terug naar het Gerechtshof 's-Hertogenbosch, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep in zoverre opnieuw wordt berecht en afgedaan;
verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. Dorst als voorzitter, en de raadsheren W.F. Groos en V. van den Brink, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 28 januari 2014.