Strafrecht overig
Art. 14c.2 onder 5 (oud) Sr. Bijz. voorwaarde. HR herstelt misslag door te bepalen dat verdachte zich…
ECLI:NL:HR:2014:52 · Hoge Raad · 14 januari 2014
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2014-52
Zaakgegevens
Op 14 januari 2014 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 14 januari 2014
- Datum publicatie
- 14 januari 2014
- Zaaknummer
- 12/01483
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2014:52
Samenvatting
Art. 14c.2 onder 5 (oud) Sr. Bijz. voorwaarde. HR herstelt misslag door te bepalen dat verdachte zich gedurende een door de reclassering te bepalen periode (die loopt tot max. het einde van de proeftijd) dient te blijven melden bij de reclassering zo lang en zo frequent als de reclassering dit nodig acht.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 12 november 2013
ECLI:NL:PHR:2013:2143Hoge Raad · 14 januari 2014deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2014:52
Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
Inhoudsopgave
14 januari 2014
Strafkamer
nr. 12/01483
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Arnhem van 7 maart 2012, nummer 21/002987-11, in de strafzaak tegen:
[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1963.
1 Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. B.P. de Boer, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend voor zover daarbij de maximale duur van de aan de verdachte gestelde bijzondere voorwaarde betreffende het zich melden bij de reclassering is vastgesteld op twee jaren ingaande op de dag volgend op de einddatum van zijn detentie, tot herstel van deze misslag door de zinsnede "(van maximaal twee jaren)" te vervangen door "(van maximaal de resterende duur van de proeftijd)" en tot verwerping van het beroep voor het overige.
2 Beoordeling van het eerste en het tweede middel
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO - en wat betreft het tweede middel HR 3 december 2013, ECLI:NL:HR:2013:1556 - geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3 Beoordeling van het derde middel
Het middel klaagt dat het Hof art. 14c, tweede lid onder 5° (oud), Sr heeft geschonden door te bepalen dat de verdachte zich gedurende een door de reclassering te bepalen periode van maximaal twee jaren vanaf de dag volgend op de einddatum van zijn detentie, dient te blijven melden zo lang en zo frequent als de reclassering dit nodig acht.
Op de gronden die zijn vermeld in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 30-32 is het middel terecht voorgesteld. De Hoge Raad zal deze misslag herstellen.
4 Slotsom
Nu de Hoge Raad geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat als volgt moet worden beslist.
5 Beslissing
De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak, maar uitsluitend voor zover daarin is bepaald dat de verdachte zich gedurende een door de reclassering te bepalen periode (van maximaal twee jaren) dient te blijven melden bij de reclassering zo lang en zo frequent als de reclassering dit nodig acht;
bepaalt dat de verdachte zich gedurende een door de reclassering te bepalen periode (die loopt tot maximaal het einde van de proeftijd) dient te blijven melden bij de reclassering zo lang en zo frequent als de reclassering dit nodig acht;
verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en V. van den Brink, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 14 januari 2014.