Strafrecht overig
Witwassen. Art. 420bis Sr. Verwerven en voorhanden hebben. Uit de gebezigde bewijsvoering kan niet zonder…
ECLI:NL:HR:2014:912 · Hoge Raad · 15 april 2014
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2014-912
Zaakgegevens
Op 15 april 2014 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 15 april 2014
- Datum publicatie
- 15 april 2014
- Zaaknummer
- 12/04868
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2014:912
Samenvatting
Witwassen. Art. 420bis Sr. Verwerven en voorhanden hebben. Uit de gebezigde bewijsvoering kan niet zonder meer worden afgeleid dat t.t.v. de verwerving de personenauto middellijk of onmiddellijk afkomstig was uit enig misdrijf. Aangezien de bewezenverklaring ook inhoudt dat verdachte de auto “voorhanden heeft gehad” alsmede dat het Hof bij de kwalificatie van het bewezenverklaarde kennelijk geen zelfstandige betekenis heeft toegekend aan het “verwerven” van de auto behoeft het middel niet tot cassatie te leiden.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 29 oktober 2013
ECLI:NL:PHR:2013:2114Hoge Raad · 15 april 2014deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2014:912
Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
Inhoudsopgave
15 april 2014
Strafkamer
nr. 12/04868
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Amsterdam, nevenzittingsplaats Arnhem, van 28 september 2012, nummer 21/004797-11, in de strafzaak tegen:
[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1983.
1 Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. R.J. Baumgardt, advocaat te Spijkenisse, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal P.C. Vegter heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2 Beoordeling van het middel
Het middel behelst de klacht dat de bewezenverklaring wat betreft de verwerving van de personenauto ontoereikend is gemotiveerd.
Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat:
"hij in de periode van 11 mei 2010 tot en met 5 november 2010, te Haarlem en Uden, een voorwerp, te weten een personenauto (merk Porsche type Cayenne met kenteken [AA-00-BB]), heeft verworven en voorhanden heeft gehad terwijl hij wist dat bovenomschreven voorwerp - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf."
Deze bewezenverklaring steunt op de bewijsvoering zoals weergegeven in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 5 en 6.
Het Hof heeft het bewezenverklaarde gekwalificeerd als "witwassen".
Uit de gebezigde bewijsvoering kan niet zonder meer worden afgeleid dat ten tijde van de verwerving de personenauto middellijk of onmiddellijk afkomstig was uit enig misdrijf. In zoverre is het middel terecht voorgesteld. In aanmerking genomen evenwel dat de bewezenverklaring ook inhoudt dat de verdachte de auto "voorhanden heeft gehad", alsmede dat het Hof bij de kwalificatie van het bewezenverklaarde kennelijk geen zelfstandige betekenis heeft toegekend aan het "verwerven" van de auto, behoeft de gegrondheid van het middel niet tot cassatie te leiden.
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman, J. de Hullu, Y. Buruma en V. van den Brink, in bijzijn van de griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 15 april 2014.