Strafrecht overig

Verdachte n-o in cassatieberoep, nu de bestreden beslissing niet is een einduitspraak in de zin van art. 138 Sv.

Zaakgegevens

Op 15 september 2015 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
15 september 2015
Datum publicatie
15 september 2015
Zaaknummer
14/04668
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2015:2582
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Verdachte n-o in cassatieberoep, nu de bestreden beslissing niet is een einduitspraak in de zin van art. 138 Sv.

Procesgang

  1. Rechtbank Gelderland · 26 juni 2013

    ECLI:NL:RBGEL:2013:1463
  2. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 16 september 2014

    ECLI:NL:GHARL:2014:7187

    (Gedeeltelijke) vernietiging met terugwijzen

  3. Conclusie A-G · 25 augustus 2015

    ECLI:NL:PHR:2015:1795
  4. Hoge Raad · 15 september 2015deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2015:2582

    Conclusie gevolgd · Niet ontvankelijk

Uitspraak

Inhoudsopgave

15 september 2015

Strafkamer

nr. S 14/04668

IV/LN

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, van 16 september 2014, nummer 21/005950-13, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1990.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben mr. J. Kuijper, advocaat te Amsterdam, en mr. S.F.W. van 't Hullenaar, advocaat te Arnhem, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het cassatieberoep.

Mr. S.F.W. van 't Hullenaar heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

Volgens art. 428 Sv is tegen vonnissen of arresten die geen einduitspraken zijn in de zin van art. 138 Sv, beroep in cassatie slechts gelijktijdig met dat tegen de einduitspraak toegelaten.

De bestreden beslissing is niet een einduitspraak in die zin, zodat de verdachte in het beroep niet kan worden ontvangen.

3 Beslissing

De Hoge Raad verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren H.A.G. Splinter-van Kan en Y. Buruma, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 15 september 2015.