Strafrecht overig
Profijtontneming. Afwijzing aanhoudingsverzoek. HR herhaalt ECLI:NL:HR:1999:ZD1314, NJ 1999/294 m.b.t. de bij…
Hoge Raad, 10 februari 2015
ECLI:NL:HR:2015:270 · Hoge Raad · 10 februari 2015
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2015-270
Zaakgegevens
Op 10 februari 2015 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 10 februari 2015
- Datum publicatie
- 10 februari 2015
- Zaaknummer
- 14/01681
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2015:270
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Profijtontneming. Afwijzing aanhoudingsverzoek. HR herhaalt ECLI:NL:HR:1999:ZD1314, NJ 1999/294 m.b.t. de bij de beslissing op een aanhoudingsverzoek door de rechter te maken belangenafweging. Gelet daarop en in aanmerking genomen hetgeen de rm aan het verzoek ten grondslag heeft gelegd, kan de door het Hof genoemde grond dat er onvoldoende aannemelijk is gemaakt dat betrokkene wel gebruik wil maken van zijn aanwezigheidsrecht de afwijzing van het verzoek niet dragen.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 25 november 2014
ECLI:NL:PHR:2014:2840Hoge Raad · 10 februari 2015deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2015:270
Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
10 februari 2015
Strafkamer
nr. 14/01681 P
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, van 17 maart 2014, nummer 21/000270-14, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste van:
[betrokkene] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1980.
1 Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze heeft mr. R.J. Baumgardt, advocaat te Spijkenisse, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest en tot terugwijzing van de zaak naar het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.
2 Beoordeling van het eerste middel
Het middel klaagt over de afwijzing door het Hof van het verzoek tot aanhouding van de behandeling van de zaak.
Het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep houdt in dat de betrokkene aldaar niet is verschenen. Het houdt voorts het volgende in:
"De raadsman voert het woord, zakelijk weergegeven:
Ik verzoek om de zaak vandaag aan te houden. Ik werd gebeld door cliënt dat zijn zus door haar ex-man zwaar is mishandeld. Hij zit nu bij haar. Hij kan absoluut niet weg daar maar hij wil graag bij de behandeling van zijn zaak zijn. Hij zou ook nog wat stukken meenemen met betrekking tot zijn financiële positie. Primair verzoek ik om aanhouding. Subsidiair ben ik gemachtigd om namens hem het woord te voeren.
(...)
Na beraad deelt de voorzitter als beslissing van het hof mede dat er onvoldoende aannemelijk is gemaakt dat veroordeelde geen (de Hoge Raad begrijpt: wel) gebruik wil maken van zijn aanwezigheidsrecht. Om hem moverende redenen is hij afwezig. Het verzoek tot aanhouding zal dan ook worden afgewezen."
Bij de beslissing op een verzoek tot aanhouding van de behandeling van de zaak dient de rechter een afweging te maken tussen alle daarbij betrokken belangen, waaronder het belang van de betrokkene bij het kunnen uitoefenen van zijn aanwezigheidsrecht, het belang dat niet alleen de betrokkene maar ook de samenleving heeft bij een doeltreffende en spoedige berechting en het belang van een goede organisatie van de rechtspleging (vgl. HR 26 januari 1999, ECLI:NL:HR:1999:ZD1314, NJ 1999/294).
Gelet op hetgeen hiervoor is vooropgesteld en in aanmerking genomen hetgeen door de raadsman aan het verzoek tot aanhouding ten grondslag is gelegd, kan de door het Hof genoemde grond de afwijzing van het verzoek niet dragen.
Het middel slaagt.
3 Slotsom
Hetgeen hiervoor is overwogen brengt mee dat de bestreden uitspraak niet in stand kan blijven, de overige middelen geen bespreking behoeven en als volgt moet worden beslist.
4 Beslissing
De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak;
wijst de zaak terug naar het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-presiden A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren N. Jörg en E.S.G.N.A.I. van de Griend, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 10 februari 2015.