Strafrecht overig
Onttrekking aan het verkeer (oav), artt. 36c, 36d Sr. Zonder nadere motivering die ontbreekt is het oordeel…
ECLI:NL:HR:2015:3060 · Hoge Raad · 13 oktober 2015
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2015-3060
Zaakgegevens
Op 13 oktober 2015 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 13 oktober 2015
- Datum publicatie
- 13 oktober 2015
- Zaaknummer
- 14/02603
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2015:3060
Samenvatting
Onttrekking aan het verkeer (oav), artt. 36c, 36d Sr. Zonder nadere motivering die ontbreekt is het oordeel van het Hof dat de als een gezamenlijkheid van voorwerpen opgevatte goederen en de andere in de beslissing van het Hof vermelde goederen van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met het algemeen belang. HR vernietigt de bestreden uitspraak wat betreft de beslissing tot oav en vermindert de opgelegde straf ivm de overschrijding van de redelijke termijn in cassatie.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 30 juni 2015
ECLI:NL:PHR:2015:1756Hoge Raad · 13 oktober 2015deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2015:3060
Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
Inhoudsopgave
13 oktober 2015
Strafkamer
nr. S 14/02603
EC/MD
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 13 februari 2014, nummer 22/001757-12, in de strafzaak tegen:
[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1974.
1 Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. J.W.E. Luiten, advocaat te Maastricht, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, doch alleen voor zover het Hof daarin de onttrekking aan het verkeer heeft bevolen van de inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen en wat betreft de strafoplegging, te dien aanzien tot zodanige op art. 440 Sv gebaseerde beslissing als de Hoge Raad gepast zal voorkomen en tot verwerping van het beroep voor het overige.
2 Beoordeling van het tweede en het derde middel
De middelen komen op tegen 's Hofs beslissing tot onttrekking aan het verkeer. Zij lenen zich voor gezamenlijke bespreking.
Ten laste van de verdachte is in de zaak met parketnummer 10-605005-08 bewezenverklaard dat:
"hij in de periode van 01 december 2007 tot en met 01 september 2008 in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie die gevormd werd door hem, verdachte en [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] en anderen, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, te weten meermalen:
- opzettelijk valselijk opmaken en/of vervalsen van betaalpassen, en
- opzettelijk gebruikmaken en/of voorhanden hebben van valse betaalpassen, en
- voorhanden hebben van een voorwerp, wetende dat dit voorwerp bestemd is tot het plegen van enig in artikel 232, eerste lid, omschreven misdrijf, en
- medeplegen van diefstal door middel van een valse sleutel,
terwijl hij, verdachte, van deze organisatie leider was."
De bestreden uitspraak houdt het volgende in:
"Beslag
Ten aanzien van de inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, zoals deze vermeld zijn op de in het dossier gevoegde beslaglijst van 24 januari 2012, beslist het hof als volgt.
De voorwerpen zoals genoemd onder de nummers 3, 4 en 6 op de beslaglijst, een kaartlezer aangetroffen in de woning aan de [a-straat 1] , randapparatuur aangetroffen in de woning aan de [a-straat 1] , en randapparatuur aangetroffen in de woning in Tilburg, kunnen worden gezien als een gezamenlijkheid van goederen die tezamen geschikt zijn om te kunnen dienen tot het begaan van feiten soortgelijk aan het onder parketnummer 10-605005-08 bewezen verklaarde feit. Het ongecontroleerde bezit daarvan is in strijd met het algemeen belang. Deze voorwerpen worden onttrokken aan het verkeer.
(...)
Beslissing
(...)
Beveelt de onttrekking aan het verkeer van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:
- kaartlezer
- randapparatuur Sitecom MD-205
- papier met hoeveelheden getankt
- randapparatuur, zwart
- randapparatuur, Sitecom MD-205 vi 002."
Zonder nadere motivering, die in de bestreden uitspraak ontbreekt, is niet begrijpelijk het oordeel van het Hof dat de als een gezamenlijkheid van voorwerpen opgevatte goederen en de andere in de beslissing van het Hof vermelde goederen, waarvan het Hof de onttrekking aan het verkeer heeft bevolen, van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met het algemeen belang. De middelen klagen daarover terecht.
3 Beoordeling van het eerste middel
Het middel klaagt dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM in de cassatiefase is overschreden omdat de stukken te laat door het Hof zijn ingezonden.
Het middel is gegrond. Dit moet leiden tot vermindering van de aan de verdachte opgelegde gevangenisstraf voor de duur van dertig maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren.
4 Slotsom
Nu de Hoge Raad geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat als volgt moet worden beslist.
5 Beslissing
De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak, maar uitsluitend voor zover daarbij de onttrekking aan het verkeer is bevolen van inbeslaggenomen voorwerpen en wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf;
vermindert de duur van de opgelegde gevangenisstraf in die zin dat deze negenentwintig maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren beloopt;
verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren H.A.G. Splinter-van Kan en Y. Buruma, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 13 oktober 2015.