Strafrecht overig
Profijtontneming. Afwijzing aanhoudingsverzoek i.v.m. treinproblemen betrokkene. HR herhaalt relevante…
Hoge Raad, 10 november 2015
ECLI:NL:HR:2015:3252 · Hoge Raad · 10 november 2015
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2015-3252
Zaakgegevens
Op 10 november 2015 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 10 november 2015
- Datum publicatie
- 10 november 2015
- Zaaknummer
- 14/05339
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2015:3252
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Profijtontneming. Afwijzing aanhoudingsverzoek i.v.m. treinproblemen betrokkene. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:1999:ZD1314. Het Hof heeft ter motivering van de afwijzing van het verzoek tot aanhouding overwogen dat betrokkene zijn aanwezigheidsrecht heeft prijsgegeven door zelf de keuze te maken om uit de trein te stappen en huiswaarts te gaan. Daaruit blijkt niet dat het Hof de vereiste afweging van belangen heeft gemaakt, terwijl het ook niet voldoende gemotiveerd is ingegaan op hetgeen aan het aanhoudingsverzoek ten grondslag is gelegd. De afwijzing van het verzoek is ontoereikend gemotiveerd.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 1 september 2015
ECLI:NL:PHR:2015:2022Hoge Raad · 10 november 2015deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2015:3252
Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
10 november 2015
Strafkamer
nr. S 14/05339 P
DAZ/LBS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 20 februari 2014, nummer 20/001119-13, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste van:
[betrokkene] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1963.
1 Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze heeft mr. C.E.L. Arets, advocaat te Maastricht, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het Gerechtshof
's-Hertogenbosch teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.
2 Beoordeling van het eerste middel
Het middel klaagt over de afwijzing door het Hof van het verzoek tot aanhouding van de behandeling van de zaak.
Het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep vermeldt dat de betrokkene aldaar niet is verschenen en houdt voorts het volgende in:
"De raadsman deelt het volgende mede.
Mijn cliënt is niet ter terechtzitting verschenen omdat hij in verband met treinproblemen huiswaarts is gekeerd. Ik ben zelf met een vertraging van een uur in 's-Hertogenbosch aangekomen. Mijn cliënt en ik hebben niet samen gereisd maar wij zaten wel in dezelfde trein. Mijn cliënt heeft helaas op enig moment de keuze gemaakt om terug te gaan. Ik wil het hof verzoeken om de behandeling van de zaak aan te houden. Mijn cliënt wil gebruikmaken van zijn aanwezigheidsrecht. Het klopt dat het een foute keuze is geweest van mijn cliënt om uit de trein te stappen. Mijn cliënt reist echter niet vaak met de trein en hij is de Nederlandse taal niet goed machtig.
(...)
De raadsman reageert als volgt.
Het klopt dat cliënt zelf deze keuze heeft gemaakt. De vraag is echter of dit hem verweten kan worden. Waarschijnlijk is cliënt in paniek uit de trein gestapt. Hij is de taal niet goed machtig. Ik persisteer bij mijn verzoek om aanhouding.
(...)
De voorzitter onderbreekt het onderzoek voor beraad.
Na hervatting deelt de voorzitter als beslissing van het hof het volgende mede.
Het hof wijst het verzoek om aanhouding af. De veroordeelde heeft zelf de keuze gemaakt om uit de trein te stappen en huiswaarts te gaan, daarmee heeft hij zijn aanwezigheidsrecht prijsgegeven."
Bij de beslissing op een verzoek tot aanhouding van de behandeling van de zaak dient de rechter een afweging te maken tussen alle daarbij betrokken belangen, waaronder het belang van de betrokkene bij het kunnen uitoefenen van zijn aanwezigheidsrecht, het belang dat niet alleen de betrokkene maar ook de samenleving heeft bij een doeltreffende en spoedige berechting en het belang van een goede organisatie van de rechtspleging (vgl. HR 26 januari 1999, ECLI:NL:HR:1999:ZD1314, NJ 1999/294).
Uit 's Hofs motivering van de afwijzing van het verzoek tot aanhouding van het onderzoek ter terechtzitting blijkt niet dat het Hof deze afweging van belangen heeft gemaakt, terwijl het ook niet voldoende gemotiveerd is ingegaan op hetgeen aan het aanhoudingsverzoek ten grondslag is gelegd. Daarom is de afwijzing door het Hof van het verzoek ontoereikend gemotiveerd.
Het middel is terecht voorgesteld.
3 Slotsom
Hetgeen hiervoor is overwogen brengt mee dat de bestreden uitspraak niet in stand kan blijven, het tweede middel geen bespreking behoeft en als volgt moet worden beslist.
4 Beslissing
De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak;
wijst de zaak terug naar het Gerechtshof 's-Hertogenbosch, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en Y. Buruma, in bijzijn van de waarnemend griffier A.C. ten Klooster, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 10 november 2015.