Strafrecht overig

HR: art. 81.1 RO en strafvermindering wegens overschrijding van de redelijke termijn.

Zaakgegevens

Op 15 december 2015 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
15 december 2015
Datum publicatie
15 december 2015
Zaaknummer
14/03562
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2015:3577
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

HR: art. 81.1 RO en strafvermindering wegens overschrijding van de redelijke termijn.

Procesgang

  1. Rechtbank Oost-Brabant · 10 juni 2013

    ECLI:NL:RBOBR:2013:CA2472
  2. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 17 april 2014

    ECLI:NL:GHSHE:2014:1054

    (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan

  3. Conclusie A-G · 27 oktober 2015

    ECLI:NL:PHR:2015:2399
  4. Hoge Raad · 15 december 2015deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2015:3577

    Conclusie gevolgd · (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan

Uitspraak

Inhoudsopgave

15 december 2015

Strafkamer

nr. S 14/03562

CB

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 17 april 2014, nummer 20/002274-13, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1968.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. J.T.C.M. Crepin, advocaat te Rotterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde straf, tot vermindering daarvan naar de gebruikelijke maatstaf en tot verwerping van het beroep voor het overige.

2. Beoordeling van het vijfde middel

2.1.

Het middel klaagt dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM in de cassatiefase is overschreden omdat de stukken te laat door het Hof zijn ingezonden.

2.2.

Het middel is gegrond. Voorts doet de Hoge Raad in deze zaak waarin de verdachte zich in voorlopige hechtenis bevindt, uitspraak nadat meer dan zestien maanden zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Een en ander brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de aan de verdachte opgelegde gevangenisstraf van zeven jaren.

3 Beoordeling van de overige middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4 Slotsom

Nu de Hoge Raad geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat als volgt moet worden beslist.

5 Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf;

vermindert deze in die zin dat deze zes jaren en acht maanden beloopt;

verwerpt het beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de als voorzitter, en de raadsheren A.J.A. van Dorst, J. de Hullu en Y. Buruma in bijzijn van de griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 15 december 2015.