Strafrecht overig

Poging doodslag. Voorwaardelijk opzet. Inrijden op een agent. HR: art. 80a RO, zonder schriftelijk standpunt AG.

Zaakgegevens

Op 20 december 2016 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
20 december 2016
Datum publicatie
19 december 2016
Zaaknummer
16/03672
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2016:2893
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Poging doodslag. Voorwaardelijk opzet. Inrijden op een agent. HR: art. 80a RO, zonder schriftelijk standpunt AG.

Uitspraak

Inhoudsopgave

20 december 2016

Strafkamer

nr. S 16/03672

EC

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 6 november 2015, nummer 22/000954-15, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1995.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft I. Jadib, advocaat te 's-Gravenhage, een schriftuur ingediend. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.

De Hoge Raad zal daarom – gezien art. 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep niet-ontvankelijk verklaren.


3. Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier A.C. ten Klooster, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 20 december 2016.