Strafrecht overig
N-o verklaring in h.b. Verzuim in schriftelijke volmacht tot het instellen van h.b. HR: Op de gronden die…
ECLI:NL:HR:2017:183 · Hoge Raad · 7 februari 2017
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2017-183
Zaakgegevens
Op 7 februari 2017 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 7 februari 2017
- Datum publicatie
- 8 februari 2017
- Zaaknummer
- 15/05853
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2017:183
Samenvatting
N-o verklaring in h.b. Verzuim in schriftelijke volmacht tot het instellen van h.b. HR: Op de gronden die zijn vermeld in de CAG is het middel terecht voorgesteld. CAG: Hof heeft verdachte ten onrechte n-o verklaard op de grond dat niet sprake is van een rechtsgeldige schriftelijke volmacht tot het instellen van h.b., omdat deze niet is ondertekend door de raadsman maar in diens opdracht door een secretaresse van het advocatenkantoor. Verzuim in volmacht moet voor gedekt worden gehouden door verklaring van verdachte ttz. in h.b. Volgt vernietiging en terugwijzing.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 20 december 2016
ECLI:NL:PHR:2016:1476Hoge Raad · 7 februari 2017deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2017:183
Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
Inhoudsopgave
7 februari 2017
Strafkamer
nr. S 15/05853
SLU
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 7 oktober 2015, nummer 22/003754-14, in de strafzaak tegen:
[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1979.
1 Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J.S. Nan, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het Gerechtshof Den Haag, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.
2 Beoordeling van het middel
Het middel klaagt onder meer dat het Hof de verdachte ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard op de grond dat niet sprake is van een rechtsgeldige schriftelijke volmacht tot het instellen van hoger beroep omdat deze niet is ondertekend door de raadsman maar in diens opdracht door een secretaresse van het advocatenkantoor.
Op de gronden die zijn vermeld in de conclusie van de Advocaat-Generaal is het middel terecht voorgesteld.
3 Slotsom
Hetgeen hiervoor is overwogen brengt mee dat de bestreden uitspraak niet in stand kan blijven, het middel voor het overige geen bespreking behoeft en als volgt moet worden beslist.
4 Beslissing
De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak;
wijst de zaak terug naar het Gerechtshof Den Haag, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 7 februari 2017.