Strafrecht overig

Hof heeft t.a.v. in beslag genomen dozen met anabole steroïden en hormonen de bewaring gelast teneinde het OM…

Hoge Raad, 7 november 2017

Zaakgegevens

Op 7 november 2017 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
7 november 2017
Datum publicatie
7 november 2017
Zaaknummer
15/02927
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2017:2814
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Hof heeft t.a.v. in beslag genomen dozen met anabole steroïden en hormonen de bewaring gelast teneinde het OM in de gelegenheid te stellen deze voorwerpen aan de rechtmatige eigenaar terug te geven dan wel zelfstandig een vordering tot o.a.h.v. in te dienen. Beslissing ex art. 353 Sv? HR: art. 80a RO. CAG: Hof heeft miskend dat de in art. 353 Sv vooropgestelde hoofdregel meebrengt dat het Hof de teruggave van voorwerpen had dienen te gelasten, tenzij het Hof van oordeel was dat het aannemelijk is dat verdachte geen recht heeft op de voorwerpen. Hof had dienen te onderzoeken of aannemelijk is dat verdachte al dan niet als rechthebbende op de dozen met anabole steroïden en hormonen kan gelden. Geen belang bij cassatie, aangezien Hof met zijn beslissing het beslag niet heeft geëindigd en een belanghebbende - zoals verdachte - een klaagschrift kan indienen strekkende tot teruggave aan hem van de in beslag genomen voorwerpen. Vervolg op ECLI:NL:HR:2014:1444.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 3 oktober 2017

    ECLI:NL:PHR:2017:1212
  2. Hoge Raad · 7 november 2017deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2017:2814

    Conclusie gevolgd

Uitspraak

7 november 2017

Strafkamer

nr. S 15/02927

AJ

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 3 juni 2015, nummer 20/003505-14, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1964.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft R.J. Baumgardt, advocaat te Rotterdam, een schriftuur ingediend. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd dat het cassatieberoep met toepassing van art. 80a RO niet-ontvankelijk zal worden verklaard.

2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.

De Hoge Raad zal daarom – gezien art. 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep niet-ontvankelijk verklaren.


3. Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en V. van den Brink, in bijzijn van de griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 7 november 2017.