Strafrecht overig
Rijden zonder rijbewijs, art. 107.1 WVW 1994. Ontoereikende bewijsmotivering. Bewezenverklaring kan, v.zv…
ECLI:NL:HR:2017:3026 · Hoge Raad · 28 november 2017
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2017-3026
Zaakgegevens
Op 28 november 2017 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 28 november 2017
- Datum publicatie
- 28 november 2017
- Zaaknummer
- 16/04586
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2017:3026
Samenvatting
Rijden zonder rijbewijs, art. 107.1 WVW 1994. Ontoereikende bewijsmotivering. Bewezenverklaring kan, v.zv. inhoudende dat het verdachte is geweest die een motorrijtuig heeft bestuurd, mede in aanmerking genomen hetgeen door de raadsman ttz. in h.b. omtrent het nummer van de identiteitskaart van verdachte is aangevoerd, niet z.m. worden afgeleid uit de door het Hof gebezigde bewijsvoering. De bestreden uitspraak is derhalve in zoverre niet naar de eis der wet met redenen omkleed. CAG (anders): Middel klaagt terecht dat de in de nadere bewijsoverweging genoemde omstandigheid dat de door verdachte aan de politie opgegeven gegevens na onderzoek overeen bleken te komen niet uit de gebezigde b.m. volgt. Dit verzuim behoeft niet tot cassatie te leiden, aangezien uit het (onderliggende) p-v van bevindingen, dat het Hof deels tot het bewijs heeft gebezigd, z.m. duidelijk wordt waar het Hof op heeft gedoeld.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 10 oktober 2017
ECLI:NL:PHR:2017:1291Hoge Raad · 28 november 2017deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2017:3026
Conclusie contrairGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
Inhoudsopgave
28 november 2017
Strafkamer
nr. S 16/04586
SG/AJ
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag, Enkelvoudige Kamer, van 7 september 2016, nummer 22/002429-16, in de strafzaak tegen:
[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1991.
1 Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft B. Kizilocak, advocaat te Rotterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2 Beoordeling van het eerste middel
Het middel klaagt dat de bewezenverklaring voor zover inhoudende dat de verdachte de bestuurder van een motorrijtuig was, niet uit de bewijsvoering kan worden afgeleid.
Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat:
"hij op 10 januari 2014 te Rotterdam als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto) heeft gereden op de weg, de Nieuwe Binnenweg, zonder dat aan hem door de daartoe bevoegde autoriteit, als bedoeld in artikel 116 lid 1 van de Wegenverkeerswet 1994 een rijbewijs was afgegeven voor de categorie van motorrijtuigen, waartoe dat motorrijtuig behoorde."
Deze bewezenverklaring steunt op de volgende bewijsmiddelen:
"1. Een geschrift, zijnde een afschrift conform origineel van het proces-verbaal van bevindingen van de politie Rotterdam-Rijnmond, D04 wijkpolitie, met bonnummer [001] en zaaknummer 002676429, opgemaakt en ondertekend op 20 januari 2014 door een opsporingsambtenaar. Dit geschrift houdt onder meer in - zakelijk weergegeven -:
[verbalisant] , agent van politie, constateerde dat een persoon een feit pleegde dat als volgt is omschreven: als bestuurder van een motorrijtuig rijden zonder rijbewijs voor de categorie waartoe dat motorrijtuig behoort, gepleegd op 10 januari 2014 te Rotterdam, aan de Nieuwe Binnenweg te Rotterdam, met een personenauto van het merk Volkswagen met kenteken [AA-00-BB] .
Verdachte bestuurde een personenauto waar rijbewijs B voor noodzakelijk was. Uit onderzoek bleek verdachte deze niet te hebben. RDW geen gegevens bekend.
De verdachte verstrekte [verbalisant] de volgende personalia: [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1991 te [geboorteplaats] .
2. Een geschrift, zijnde een kennisgeving van bekeuring van de politie, met bonnummer [001] , opgemaakt en ondertekend op 16 januari 2014 door een daartoe bevoegde opsporingsambtenaar. Dit geschrift houdt onder meer in - zakelijk weergegeven -:
Op 10 januari 2014 aan de Nieuwe Binnenweg te Rotterdam zag ik dat de volgende gedraging werd verricht: rijden zonder rijbewijs, gepleegd door [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1991 te [geboorteplaats] .
De verdachte bestuurde een personenauto waar rijbewijs B voor noodzakelijk was. Uit onderzoek bleek verdachte deze niet te hebben. RDW geen gegevens bekend."
Het Hof heeft ten aanzien van de bewezenverklaring voorts het volgende overwogen:
"Nadere bewijsoverweging
Blijkens de gebezigde bewijsmiddelen heeft de verdachte zijn personalia aan de politie opgegeven. Na onderzoek bleken deze gegevens overeen te komen. Dat de in het proces-verbaal van bevindingen vermelde identiteitskaart een ander nummer had, kan daaraan niet afdoen. Naar het oordeel van het hof staat op grond van het proces-verbaal van bevindingen genoegzaam vast dat het de verdachte is geweest die op 10 januari 2014 zonder rijbewijs reed over de Nieuwe Binnenweg te Rotterdam en zijn personalia aan de politie opgaf."
Blijkens het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep heeft de raadsman van de verdachte aldaar, voor zover hier van belang, het volgende aangevoerd:
"Ik verzoek u mijn cliënt vrij te spreken. (...) In het proces-verbaal van bevindingen is een nummer van een identiteitskaart vermeld, dat kennelijk op mijn cliënt betrekking heeft. Op zijn ID-staat staat evenwel een ander nummer van de identiteitskaart van mijn cliënt, dat niet correspondeert met het nummer van de identiteitskaart die in het proces-verbaal van bevindingen is vermeld."
Voor zover de bewezenverklaring inhoudt dat het de verdachte is geweest die een motorrijtuig heeft bestuurd, kan deze, mede in aanmerking genomen hetgeen door de raadsman ter terechtzitting in hoger beroep is aangevoerd omtrent het nummer van de identiteitskaart van de verdachte, niet zonder meer worden afgeleid uit de hiervoor onder 2.2.2 en 2.2.3 weergegeven door het Hof gebezigde bewijsvoering. De bestreden uitspraak is derhalve in zoverre niet naar de eis der wet met redenen omkleed.
Het middel is gegrond.
3 Slotsom
Hetgeen hiervoor is overwogen brengt mee dat de bestreden uitspraak niet in stand kan blijven, de overige middelen geen bespreking behoeven en als volgt moet worden beslist.
4 Beslissing
De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak;
wijst de zaak terug naar het Gerechtshof Den Haag, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 28 november 2017.