Strafrecht overig

Antilliaanse zaak. Rolbeslissing. Betekening van de aanzegging in cassatie ex art. 435 Sv in Sint Maarten. Op…

Hoge Raad, 18 april 2017

Zaakgegevens

Op 18 april 2017 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
18 april 2017
Datum publicatie
18 april 2017
Zaaknummer
16/01895
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2017:709
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Antilliaanse zaak. Rolbeslissing. Betekening van de aanzegging in cassatie ex art. 435 Sv in Sint Maarten. Op de gronden vermeld in de conclusie A-G moet worden aangenomen dat de uitreiking van de aanzegging a.b.i. art. 435 Sv niet op rechtsgeldige wijze heeft plaatsgevonden, zodat de zaak van de rol moet worden gevoerd opdat de P-G bij de Hoge Raad een nieuwe dagaanzegging voor de behandeling van het cassatieberoep doet uitgaan. De conclusie A-G bevat een uitvoerige verhandeling over de betekening van de aanzegging in de Koninkrijkslanden Nederland, Aruba, Curaçao en Sint Maarten.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 11 april 2017

    ECLI:NL:PHR:2017:284
  2. Hoge Raad · 18 april 2017deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2017:709

    Conclusie gevolgd

Uitspraak

18 april 2017

Strafkamer

nr. S 16/01895 A

ES

Hoge Raad der Nederlanden

Tweede Enkelvoudige Kamer

Rolbeslissing

naar aanleiding van het beroep in cassatie tegen een vonnis van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, van 16 september 2015, nummer H-4/15, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1972.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte.

De Advocaat-Generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd dat de zaak van de rol zal worden gevoerd opdat de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad een nieuwe dagaanzegging voor de behandeling in cassatie doet uitgaan.

2 Beoordeling van de geldigheid van de dagaanzegging

Op grond van hetgeen in de conclusie van de Advocaat-Generaal is vermeld moet worden aangenomen dat de uitreiking van de dagaanzegging als bedoeld in art. 435 Sv niet op rechtsgeldige wijze heeft plaatsgevonden. Dit leidt ertoe dat de onderhavige zaak van de rol moet worden gevoerd opdat de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad een nieuwe dagaanzegging voor de behandeling van het cassatieberoep doet uitgaan.

3 Beslissing

De Enkelvoudige Kamer van de Hoge Raad voert de zaak van de rol.

Deze rolbeslissing is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 april 2017.