Strafrecht overig

Belaging, art. 285b.1 Sr. Hof heeft verdachte ex art. 416.2 Sv n-o verklaard in zijn h.b., omdat hij niet een…

Zaakgegevens

Op 2 oktober 2018 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
2 oktober 2018
Datum publicatie
2 oktober 2018
Zaaknummer
17/00288
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2018:1820
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Belaging, art. 285b.1 Sr. Hof heeft verdachte ex art. 416.2 Sv n-o verklaard in zijn h.b., omdat hij niet een schriftuur met grieven tegen vonnis Pr heeft ingediend. Aan cassatieschriftuur gehechte appelmemorie bevindt zich niet bij stukken. HR: Op de gronden die zijn vermeld in de CAG is het middel terecht voorgesteld. CAG: Inhoud van aan cassatieschriftuur gehechte stukken - te weten een appelmemorie en een “geheugen verzend rapport” betreffende de verzending van dit schrijven per fax naar het toenmalige faxnummer van de strafgriffie van Rb - biedt grond voor het ernstige vermoeden dat namens verdachte een schriftuur houdende grieven a.b.i. art. 410 Sv is ingediend. Gelet hierop is ’s Hofs overweging dat verdachte niet een schriftuur met grieven tegen vonnis heeft ingediend, niet begrijpelijk. Volgt vernietiging en terugwijzing.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 28 augustus 2018

    ECLI:NL:PHR:2018:1096
  2. Hoge Raad · 2 oktober 2018deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2018:1820

Uitspraak

Inhoudsopgave

2 oktober 2018

Strafkamer

nr. S 17/00288

JHO

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 1 mei 2015, nummer 22/003954-14, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1982.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft W.H. van Zundert, advocaat te Rotterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Den Haag teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.

2 Beoordeling van het eerste middel

2.1.

Het middel keert zich tegen 's Hofs niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het hoger beroep.

2.2.

Op de gronden die zijn vermeld in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 3 tot en met 9 is het middel terecht voorgesteld.

3 Slotsom

Hetgeen hiervoor is overwogen brengt mee dat de bestreden uitspraak niet in stand kan blijven, het tweede middel geen bespreking behoeft en als volgt moet worden beslist.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de bestreden uitspraak;

wijst de zaak terug naar het Gerechtshof Den Haag, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren A.J.A. van Dorst en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 2 oktober 2018.