Strafrecht overig

Schuldheling motor, art. 417bis.1.a Sr. Hof heeft verdachte ex art. 416.2 Sv bij verstek n-o verklaard in…

Hoge Raad, 9 oktober 2018

Zaakgegevens

Op 9 oktober 2018 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
9 oktober 2018
Datum publicatie
8 oktober 2018
Zaaknummer
17/01814
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2018:1876
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Schuldheling motor, art. 417bis.1.a Sr. Hof heeft verdachte ex art. 416.2 Sv bij verstek n-o verklaard in zijn h.b. Algemene klacht dat niet blijkt dat is onderzocht of inleidende dagvaarding en appeldagvaarding op de juiste wijze zijn betekend. Middel van cassatie? De als middel aangeduide klacht houdt niet met voldoende duidelijkheid in op grond waarvan ‘s Hofs in de bestreden uitspraak besloten liggende oordeel dat inleidende dagvaarding en dagvaarding in h.b. rechtsgeldig zijn betekend onjuist of onbegrijpelijk zou zijn. De klacht voldoet daarom niet aan de aan een middel van cassatie te stellen eisen, zodat zij onbesproken moet blijven. Volgt verwerping.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 28 augustus 2018

    ECLI:NL:PHR:2018:1123
  2. Hoge Raad · 9 oktober 2018deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2018:1876

Uitspraak

9 oktober 2018

Strafkamer

nr. S 17/01814

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, van 29 juni 2016, nummer 21/007129-15, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1991.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft V.C. van der Velde, advocaat te Almere, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal A.J. Machielse heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van het eerste middel

2.1.

In cassatie wordt geklaagd dat het Hof "ten onrechte niet [heeft] onderzocht of is voldaan aan de voorvragen zoals opgenomen in art. 348 Sv, in het bijzonder of de dagvaarding in hoger beroep, alsmede of de dagvaarding in eerste aanleg op de juiste wijze aan verzoeker is betekend".

2.2.

De als middel aangeduide klacht houdt aldus niet met voldoende duidelijkheid in op grond waarvan het in de bestreden uitspraak besloten liggende oordeel van het Hof dat de inleidende dagvaarding en de dagvaarding in hoger beroep rechtsgeldig zijn betekend onjuist of onbegrijpelijk zou zijn. De klacht voldoet daarom niet aan de aan een middel van cassatie te stellen eisen, zodat zij onbesproken moet blijven.

3 Beoordeling van het tweede middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 9 oktober 2018.