Strafrecht overig

Beklag, beslag ex art. 94 Sv. Middelen over ontbrekend p-v raadkamerbehandeling die heeft geleid tot…

Hoge Raad, 20 februari 2018

Zaakgegevens

Op 20 februari 2018 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
20 februari 2018
Datum publicatie
19 februari 2018
Zaaknummer
16/00270
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2018:227
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Beklag, beslag ex art. 94 Sv. Middelen over ontbrekend p-v raadkamerbehandeling die heeft geleid tot tussenbeschikking; oordeel Rb dat niet is gebleken van strijd met fundamentele beginselen van strafprocesrecht en door Rb gehanteerde maatstaf. HR: art. 80a RO.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 23 januari 2018

    ECLI:NL:PHR:2018:22
  2. Hoge Raad · 20 februari 2018deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2018:227

Uitspraak

20 februari 2018

Strafkamer

nr. S 16/00270 B

SG

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de Rechtbank Rotterdam van 7 januari 2016, nummer RK 15/1493, op een klaagschrift als bedoeld in art. 552a Sv, ingediend door:

[klager] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1958.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de klager. Namens deze heeft B. Kizilocak, advocaat te Rotterdam, een schriftuur en een aanvullende schriftuur ingediend. De schrifturen zijn aan deze beschikking gehecht en maken daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd dat het cassatieberoep met toepassing van art. 80a RO niet-ontvankelijk zal worden verklaard.

2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.

De Hoge Raad zal daarom – gezien art. 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep niet-ontvankelijk verklaren.


3. Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.

Deze beschikking is gegeven door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.J. Borgers, in bijzijn van de griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 20 februari 2018.