Strafrecht overig

HR ambtshalve: OM n-o in vervolging. Verdachte overleden (art. 69 Sr). Samenhang met ECLI:NL:HR:2019:1135.

Zaakgegevens

Op 17 september 2019 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
17 september 2019
Datum publicatie
3 juli 2019
Zaaknummer
18/00043
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2019:1083
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

HR ambtshalve: OM n-o in vervolging. Verdachte overleden (art. 69 Sr). Samenhang met ECLI:NL:HR:2019:1135.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 14 mei 2019

    ECLI:NL:PHR:2019:482
  2. Hoge Raad · 17 september 2019deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2019:1083

Uitspraak

Inhoudsopgave

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 18/00043

Datum 17 september 2019

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van

20 december 2017, nummer 22/003428-16, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1943,

hierna: de verdachte.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft E. Maessen, advocaat te Maastricht, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld.

De Advocaat-Generaal P.C. Vegter heeft bij aanvullende conclusie geconcludeerd tot vernietiging van de uitspraak van het gerechtshof Den Haag en van het vonnis van de rechtbank Rotterdam en tot niet-ontvankelijkverklaring van de Officier van Justitie in de vervolging.

2 Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak

Blijkens een aan de Hoge Raad overgelegd, door de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Roermond gewaarmerkt afschrift van een akte van de burgerlijke stand van die gemeente is de verdachte op 9 juli 2019 aldaar overleden.

Daarom is volgens art. 69 Sr in deze zaak het recht tot strafvordering vervallen, zodat als volgt moet worden beslist.

3 Beslissing

De Hoge Raad:

- vernietigt de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag en de uitspraak van de

Rechtbank Rotterdam;

- verklaart de Officier van Justitie alsnog niet-ontvankelijk in de vervolging.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en V. van den Brink, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 17 september 2019.