Strafrecht overig
Beklag, beslag ex art. 94a.4 Sv op 4 vorderingen van klaagster (besloten vennootschap) op Nederlandse…
ECLI:NL:HR:2019:244 · Hoge Raad · 12 maart 2019
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2019-244
Zaakgegevens
Op 12 maart 2019 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 12 maart 2019
- Datum publicatie
- 15 februari 2019
- Zaaknummer
- 16/05555
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2019:244
Samenvatting
Beklag, beslag ex art. 94a.4 Sv op 4 vorderingen van klaagster (besloten vennootschap) op Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit i.h.k.v. strafrechtelijk onderzoek tegen bestuurder van klaagster t.z.v. verdenking van verkeerd labelen van vlees. Herstructurering bedrijfsstructuur en overheveling vermogensbestanddelen. Voldaan aan in art. 94a.4 Sv gestelde eis van het kennelijke doel uitwinning van voorwerpen te bemoeilijken of te verhinderen? HR: Op gronden vermeld in CAG is middel terecht voorgesteld. CAG: Beslag is gelegd op vorderingen van klaagster op NVWA, ter bewaring van verhaal van aan bestuurder van klaagster op te leggen betalingsverplichting ter ontneming van w.v.v. Dit anderbeslag is slechts mogelijk wanneer er voldoende aanwijzingen bestaan dat vorderingen aan klaagster zijn gaan toebehoren met het kennelijke doel van verhaalsfrustratie. Oordeel Rb dat beslagen vorderingen, die klaagster wegens verrichte reguliere slachtwerkzaamheden op NVWA heeft verkregen, aan klaagster zijn gaan toebehoren met kennelijk doel van verhaalsfrustratie, is zonder nadere motivering niet begrijpelijk. Herstructurering van bedrijfsstructuur maakt dit niet anders. Volgt vernietiging en terugwijzing. Vervolg op ECLI:NL:HR:2016:580.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 27 november 2018
ECLI:NL:PHR:2018:1311Hoge Raad · 12 maart 2019deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2019:244
Uitspraak
Inhoudsopgave
12 maart 2019
Strafkamer
nr. S 16/05555 B
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de Rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem, van 2 november 2016, nummer RK 15/75, op een klaagschrift als bedoeld in art. 552a Sv, ingediend door:
[klaagster] , gevestigd te [vestigingsplaats] .
1 Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de klaagster. Namens deze hebben J.L. Baar, advocaat te Utrecht, en D.J.G.J. Cornelissen, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden beschikking en tot zodanige beslissing met betrekking tot terug- of verwijzen als de Hoge Raad gepast zal voorkomen.
2 Beoordeling van het middel
Het middel komt op tegen de ongegrondverklaring van het beklag voor zover dat strekt tot opheffing van het conservatoir beslag op vorderingen die de klaagster heeft op de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit. Het klaagt in het bijzonder over het oordeel van de Rechtbank dat is voldaan aan de in art. 94a, vierde lid, Sv gestelde eis van het kennelijke doel de uitwinning van voorwerpen te bemoeilijken of te verhinderen.
Op de gronden die zijn vermeld in de conclusie van de Advocaat-Generaal, in het bijzonder onder 3.10 tot en met 3.12, is het middel terecht voorgesteld.
3 Beslissing
De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden beschikking;
wijst de zaak terug naar de Rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem, opdat de zaak op het bestaande klaagschrift opnieuw wordt behandeld en afgedaan.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en J.C.A.M. Claassens, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 12 maart 2019.