Strafrecht overig

Laster (art. 262.1 Sr), smaadschrift (art. 261.2 Sr) en eenvoudige belediging (art. 266.1 Sr) door in…

Hoge Raad, 19 februari 2019

Zaakgegevens

Op 19 februari 2019 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
19 februari 2019
Datum publicatie
19 februari 2019
Zaaknummer
18/03310
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2019:261
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Laster (art. 262.1 Sr), smaadschrift (art. 261.2 Sr) en eenvoudige belediging (art. 266.1 Sr) door in twitterbericht en op website artikelen en film te plaatsen over hoofdredacteur van NOS Nieuws. HR: art. 80a RO, zonder schriftelijk standpunt AG.

Procesgang

  1. Rechtbank Midden-Nederland · 30 juni 2015

    ECLI:NL:RBMNE:2015:4800
  2. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 9 november 2017

    ECLI:NL:GHARL:2017:9969
  3. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 22 november 2017

    ECLI:NL:GHARL:2017:10229
  4. Hoge Raad · 19 februari 2019deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2019:261

    Niet ontvankelijk

Uitspraak

19 februari 2019

Strafkamer

nr. S 18/03310

JHO

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, van 22 november 2017, nummer 21/003934-15, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1963.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft T.J. Stapel, advocaat te Haarlem, een schriftuur ingediend. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.

De Hoge Raad zal daarom – gezien art. 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep niet-ontvankelijk verklaren.

3 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en E.S.G.N.A.I. van de Griend, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 19 februari 2019.