Strafrecht overig

Antilliaanse zaak. Poging doodslag en mishandeling. Klachten over 1. gebruik voor bewijs van resultaten…

Zaakgegevens

Op 5 maart 2019 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
5 maart 2019
Datum publicatie
21 februari 2019
Zaaknummer
17/01633
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2019:291
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Antilliaanse zaak. Poging doodslag en mishandeling. Klachten over 1. gebruik voor bewijs van resultaten fotoconfrontatie en 2. ondertekening vonnis. HR: art. 80a RO, met schriftelijk standpunt AG.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 29 januari 2019

    ECLI:NL:PHR:2019:81
  2. Hoge Raad · 5 maart 2019deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2019:291

Uitspraak

Inhoudsopgave

5 maart 2019

Strafkamer

nr. S 17/01633 A

NA

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een vonnis van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, van 2 maart 2017, nummer H-138/16, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1994.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft G.W.L.A.M. Koppen, advocaat te Eindhoven, een schriftuur ingediend. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De plaatsvervangend Advocaat-Generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd dat het cassatieberoep met toepassing van art. 80a RO niet-ontvankelijk zal worden verklaard.

2. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.

De Hoge Raad zal daarom – gezien art. 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep niet-ontvankelijk verklaren.

3 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 5 maart 2019.