Strafrecht overig
Beklag, beslag ex art. 1:37.1 Algemene douanewet (Adw) op personenauto kennelijk ingericht of toegerust om…
ECLI:NL:HR:2019:9 · Hoge Raad · 22 januari 2019
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2019-9
Zaakgegevens
Op 22 januari 2019 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 22 januari 2019
- Datum publicatie
- 3 januari 2019
- Zaaknummer
- 16/06204
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2019:9
Samenvatting
Beklag, beslag ex art. 1:37.1 Algemene douanewet (Adw) op personenauto kennelijk ingericht of toegerust om goederen aan ambtelijk toezicht te onttrekken onder anderen dan klaagster. Behoorlijke oproeping klaagster voor behandeling klaagschrift? HR: Op gronden vermeld in CAG is middel terecht voorgesteld. Volgt vernietiging en verwijzing naar Hof. CAG: Art. 1:37.6 Adw bepaalt dat Rb klaagschrift a.b.i. art. 1:37.5 Adw behandelt ex art. 552b Sv. Op procedure van art. 552b Sv zijn algemene bepalingen voor raadkamerbehandeling (art. 21-25 Sv) van toepassing. Volgens art. 23.2 Sv moet belanghebbende voor behandeling worden opgeroepen. Een verzuim hiervan raakt wezenlijke grondslag raadkamerprocedure en brengt nietigheid van onderzoek mee. Uit de stukken volgt dat in cassatie ervan moet worden uitgegaan dat klaagster niet is opgeroepen voor raadkamerbehandeling door Rb. Die behandeling is daarom nietig. CAG gaat in op vraag naar ontvankelijkheid van cassatieberoep, nu uit ingewonnen inlichtingen blijkt dat inbeslaggenomen auto is vernietigd. Voorts merkt CAG ambtshalve op dat Rb Amsterdam i.p.v. Rb Noord-Holland, zittingsplaats Haarlem, bevoegd was klaagschrift te behandelen, nu inbeslagname heeft plaatsgevonden in Amsterdam.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 18 september 2018
ECLI:NL:PHR:2018:993Hoge Raad · 22 januari 2019deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2019:9
Uitspraak
Inhoudsopgave
22 januari 2019
Strafkamer
nr. S 16/06204 B
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de Rechtbank Noord-Holland, zittingsplaats Haarlem, van 7 november 2016, nummer RK 16/006240, op een klaagschrift als bedoeld in art. 1:37, vijfde lid, Algemene douanewet, ingediend door:
[klaagster] , geboren op [geboortedatum] 1988.
1 Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de klaagster. Namens deze heeft R.J. Baumgardt, advocaat te Rotterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden beschikking en tot verwijzing naar de Rechtbank Amsterdam teneinde op het bestaande beklag opnieuw te worden behandeld en afgedaan.
2 Beoordeling van het middel
Het middel klaagt dat de klaagster niet behoorlijk is opgeroepen voor de behandeling van het namens de klaagster ingediende klaagschrift van 31 augustus 2016.
Op de gronden die zijn vermeld in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 5.2 tot en met 5.6 is het middel terecht voorgesteld.
3 Beslissing
De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden beschikking;
verwijst de zaak naar het Gerechtshof Amsterdam, opdat de zaak op het bestaande klaagschrift opnieuw wordt behandeld en afgedaan.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en J.C.A.M. Claassens, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 22 januari 2019.