Strafrecht overig
Aanwezigheidsrecht, detentie uit anderen hoofde gebleken uit in cassatie overgelegde stukken. P-v tz. in h.b…
ECLI:NL:HR:2020:1267 · Hoge Raad · 23 juni 2020
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2020-1267
Zaakgegevens
Op 23 juni 2020 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 23 juni 2020
- Datum publicatie
- 8 juli 2020
- Zaaknummer
- 19/00860
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2020:1267
Samenvatting
Aanwezigheidsrecht, detentie uit anderen hoofde gebleken uit in cassatie overgelegde stukken. P-v tz. in h.b. houdt in dat verdachte, hoewel rechtsgeldig opgeroepen, niet is verschenen maar dat enkel niet gemachtigde raadsman is verschenen, waarna hof verstek heeft verleend. HR: Op redenen vermeld in CAG slaagt middel. CAG: Uit aan cassatieschriftuur gehechte stukken, waarvan aan herkomst en betrouwbaarheid in redelijkheid niet hoeft te worden getwijfeld, moet worden vastgesteld dat verdachte t.t.v. behandeling van zijn zaak in h.b. in verzekering was gesteld. Dit brengt mee dat achteraf bezien ’s hofs beslissing om verstek tegen verdachte te verlenen en onderzoek voort te zetten onjuist is. Gelet op het grote belang van verdachte om bij behandeling van zijn zaak aanwezig te zijn, dient verdachte mogelijkheid te hebben om zijn zaak alsnog in h.b. in zijn tegenwoordigheid te doen behandelen. Volgt vernietiging en terugwijzing.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 12 mei 2020
ECLI:NL:PHR:2020:427Hoge Raad · 23 juni 2020deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2020:1267
Uitspraak
Inhoudsopgave
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 19/00860
Datum 23 juni 2020
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 14 februari 2019, nummer 21/002616-18, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1994,
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J.W.E. Luiten, advocaat te Maastricht, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.
2 Beoordeling van het cassatiemiddel
Het cassatiemiddel klaagt dat de verdachte in strijd met artikel 6 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden niet in de gelegenheid is gesteld bij de berechting van zijn zaak in hoger beroep aanwezig te zijn.
Het cassatiemiddel slaagt. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 3.
3 Beslissing
De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof;
- wijst de zaak terug de zaak naar het hof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 23 juni 2020.