Strafrecht overig

Medeplegen van uitkeringsfraude, art. 227b Sr. Beroep op niet-ontvankelijkheid OM. Heeft OM gehandeld in…

Hoge Raad, 6 oktober 2020

Zaakgegevens

Op 6 oktober 2020 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
6 oktober 2020
Datum publicatie
23 september 2020
Zaaknummer
19/02801
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2020:1497
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Medeplegen van uitkeringsfraude, art. 227b Sr. Beroep op niet-ontvankelijkheid OM. Heeft OM gehandeld in strijd met Aanwijzing sociale zekerheidsfraude door verdachte te vervolgen, nu benadelingsbedrag in administratieve procedure is vastgesteld op nihil? HR: Middel leidt niet tot cassatie, op redenen vermeld in ECLI:NL:HR:2020:1496. Volgt verwerping. Samenhang met 19/02794.

Procesgang

  1. Uitspraak · 2019

    ECLI:NL:GHDHA:2019:1543
  2. Conclusie A-G · 16 juni 2020

    ECLI:NL:PHR:2020:601

    Strekt tot bevestiging

  3. Hoge Raad · 6 oktober 2020deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2020:1497

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 19/02801

Datum 6 oktober 2020

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 29 mei 2019, nummer 22-001538-18, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren in [geboorteplaats] in het jaar 1958,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft P.B. Spaargaren, advocaat te ’s-Gravenhage, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van het eerste cassatiemiddel

2.1

Het cassatiemiddel klaagt over de verwerping door het hof van het verweer dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de vervolging. Het voert daartoe aan dat het openbaar ministerie, gelet op het uiteindelijk in een administratieve procedure vastgestelde benadelingsbedrag, in strijd met de Aanwijzing sociale zekerheidsfraude (hierna: Aanwijzing) heeft gehandeld door de verdachte te vervolgen.

2.2

Het cassatiemiddel leidt niet tot cassatie. De redenen daarvoor staan vermeld in het arrest dat de Hoge Raad vandaag heeft uitgesproken in de zaak ECLI:NL:HR:2020:1496.

3 Beoordeling van het tweede cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

4 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en M.T. Boerlage, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 6 oktober 2020.