Strafrecht overig
Diefstal, meermalen gepleegd, en diefstal met geweld, art. 310 en 312 Sr. Strafmotivering, art. 359.6 Sv. ’s…
ECLI:NL:HR:2020:229 · Hoge Raad · 11 februari 2020
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2020-229
Zaakgegevens
Op 11 februari 2020 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 11 februari 2020
- Datum publicatie
- 7 februari 2020
- Zaaknummer
- 18/04435
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2020:229
Samenvatting
Diefstal, meermalen gepleegd, en diefstal met geweld, art. 310 en 312 Sr. Strafmotivering, art. 359.6 Sv. ’s Hofs motivering houdt in “dat verdachte kennelijk niet meer in Nederland verblijft. In dit soort zaken waarbij het gaat om buitenlandse verdachten waaraan geen andere strafmodaliteit kan worden opgelegd, is oplegging van een gevangenis een passende reactie.” HR: Door de enkele verwijzing naar de omstandigheid dat “verdachte kennelijk niet meer in Nederland verblijft”, heeft het hof de strafoplegging niet toereikend gemotiveerd. Volgt partiële vernietiging en terugwijzing.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 17 december 2019
ECLI:NL:PHR:2019:1254Hoge Raad · 11 februari 2020deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2020:229
Uitspraak
Inhoudsopgave
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 18/04435
Datum 11 februari 2020
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, van 7 maart 2018, nummer 21/002194-17, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1983,
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J. Boksem, advocaat te Leeuwarden, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het hof teneinde op het punt van de straftoemeting opnieuw te worden berecht en afgedaan.
2 Beoordeling van het cassatiemiddel
Het cassatiemiddel klaagt over de motivering van de strafoplegging.
De verdachte is wegens diefstal, meermalen gepleegd, en diefstal met geweld veroordeeld tot een gevangenisstraf van vijf maanden. De strafoplegging is in het door het hof bevestigde vonnis van de politierechter als volgt gemotiveerd:
“Ten aanzien van de op te leggen straf overweegt de politierechter dat verdachte kennelijk niet meer in Nederland verblijft. In dit soort zaken waarbij het gaat om buitenlandse verdachten waaraan geen andere strafmodaliteit kan worden opgelegd, is oplegging van een gevangenis een passende reactie.”
Door de enkele verwijzing naar de omstandigheid dat “verdachte kennelijk niet meer in Nederland verblijft”, heeft het hof de strafoplegging niet toereikend gemotiveerd.
Het cassatiemiddel slaagt.
3 Beslissing
De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de strafoplegging;
- wijst de zaak terug naar het hof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, opdat de zaak in zoverre opnieuw wordt berecht en afgedaan;
- verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 februari 2020.