Strafrecht overig
Beklag, beslag ex art. 94 Sv op pinpas, rijbewijs, huissleutels, telefoon, laptop en auto onder klaagster…
ECLI:NL:HR:2020:671 · Hoge Raad · 21 april 2020
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2020-671
Zaakgegevens
Op 21 april 2020 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 21 april 2020
- Datum publicatie
- 14 april 2020
- Zaaknummer
- 18/05379
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2020:671
Samenvatting
Beklag, beslag ex art. 94 Sv op pinpas, rijbewijs, huissleutels, telefoon, laptop en auto onder klaagster t.z.v. verdenking van witwassen en drugshandel. 1. Ontvankelijkheid cassatieberoep, nu voorwerpen deels zijn teruggegeven aan klaagster. 2. Klaagster en raadsman behoorlijk opgeroepen voor behandeling in raadkamer?
Ad 1. HR: Op redenen vermeld in CAG kan HR cassatieberoep van klaagster niet in behandeling nemen v.zv. dit ziet op inbeslaggenomen pinpas, rijbewijs, huissleutels, telefoon en laptop. CAG: Blijkens door strafgriffie HR bij parket ingewonnen informatie zijn genoemde voorwerpen teruggegeven aan klaagster. Gelet daarop is beslag inmiddels beëindigd. Klaagster in zoverre n-o.
Ad 2. HR: Op redenen vermeld in CAG slaagt middel. CAG: Art. 23.2 Sv brengt mee dat klaagster voor raadkamerbehandeling had moeten worden opgeroepen. Uit aan HR ex art. 434.1 Sv gezonden stukken blijkt evenwel dat zo’n oproeping niet is geschied, zodat daarvan in cassatie moet worden uitgegaan. Dit verzuim heeft betrekking op wezenlijke grondslag van raadkamerprocedure, zodat het nietigheid van onderzoek meebrengt, ook al is deze niet met zoveel woorden in wet bedreigd. Uit stukken blijkt tevens dat is verzuimd afschrift van oproeping voor behandeling van klaagschrift aan raadsman van klaagster, die door klaagster gemachtigd was klaagschrift in te dienen, te verzenden, zodat er in cassatie vanuit moet worden gegaan dat voorschrift van art. 48 Sv niet is nageleefd, hetgeen geacht wordt aan geldige behandeling van klaagschrift in raadkamer buiten tegenwoordigheid van klaagster en haar raadsman in de weg te staan. Volgt (partiële) vernietiging en terugwijzing.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 10 maart 2020
ECLI:NL:PHR:2020:410Hoge Raad · 21 april 2020deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2020:671
Uitspraak
Inhoudsopgave
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 18/05379 B
Datum 21 april 2020
BESCHIKKING
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Rotterdam van 24 september 2018, nummer RK 18/2355, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend
door
[klaagster],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1986,
hierna: de klaagster.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de klaagster. Namens deze heeft R.I. Takens, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de klaagster in het beroep voor zover dat is gericht tegen de beslissing tot niet-ontvankelijkverklaring van de klaagster in het beklag, tot vernietiging van de bestreden beschikking voor het overige en tot terugwijzing van de zaak naar de rechtbank Rotterdam, opdat de zaak in zoverre opnieuw wordt behandeld en afgedaan.
2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
De Hoge Raad kan het cassatieberoep van de klaagster niet in behandeling nemen voor zover dit ziet op de inbeslaggenomen pinpas, het rijbewijs, de huissleutels, een telefoon van het merk Samsung, type S7, en een laptop. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 3.1.
3 Beoordeling van het cassatiemiddel
Het cassatiemiddel klaagt dat de klaagster noch haar raadsman behoorlijk is opgeroepen voor de behandeling in raadkamer van 12 september 2018 van het namens de klaagster ingediende klaagschrift.
Het cassatiemiddel slaagt. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 4.2 tot en met 4.8.
4 Beslissing
De Hoge Raad:
- verklaart het beroep niet-ontvankelijk wat betreft de beslissingen van de rechtbank ten aanzien van de inbeslaggenomen pinpas, het rijbewijs, de huissleutels, een telefoon van het merk Samsung, type S7, en een laptop;
- vernietigt de beschikking van de rechtbank voor het overige;
- wijst de zaak terug naar de rechtbank Rotterdam, opdat de zaak in zoverre opnieuw wordt behandeld en afgedaan.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren M.J. Borgers en J.C.A.M. Claassens, in bijzijn van de waarnemend griffier B.C. Broekhuizen-Meuter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 21 april 2020.