Strafrecht overig

Valsheid in geschrift, meermalen gepleegd (art. 225 Sr) en oplichting, meermalen gepleegd (art. 326 Sr)…

Zaakgegevens

Op 19 oktober 2021 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
19 oktober 2021
Datum publicatie
19 oktober 2021
Zaaknummer
20/02584
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2021:1563
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Valsheid in geschrift, meermalen gepleegd (art. 225 Sr) en oplichting, meermalen gepleegd (art. 326 Sr). Middelen over 1. afwijking u.o.s. inhoudende dat verdachte recht had op betalingen zoals door hem zijn gedeclareerd voor zijn werkzaamheden, 2. afwijzing (voorwaardelijk) getuigenverzoek en 3. bewijsvoering oplichting. HR: art. 81.1 RO.

Procesgang

  1. Gerechtshof Amsterdam · 20 augustus 2020

    ECLI:NL:GHAMS:2020:2312
  2. Conclusie A-G · 7 september 2021

    ECLI:NL:PHR:2021:990
  3. Hoge Raad · 19 oktober 2021deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2021:1563

Uitspraak

Inhoudsopgave

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 20/02584

Datum 19 oktober 2021

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 20 augustus 2020, nummer 23-003809-16, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1955,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft M.E. van der Werf, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren M.J. Borgers en C. Caminada, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 19 oktober 2021.