Strafrecht overig

Poging tot moord op ex-vriendin door haar in gezicht te slaan en met mes in gezicht en arm te snijden. Klacht…

Hoge Raad, 2 maart 2021

Zaakgegevens

Op 2 maart 2021 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
2 maart 2021
Datum publicatie
25 februari 2021
Zaaknummer
19/04685
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2021:313
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Poging tot moord op ex-vriendin door haar in gezicht te slaan en met mes in gezicht en arm te snijden. Klacht over ‘voorbedachte raad’. HR: art. 80a RO.

Procesgang

  1. Rechtbank Noord-Nederland · 26 maart 2018

    ECLI:NL:RBNNE:2018:1044
  2. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 11 oktober 2019

    ECLI:NL:GHARL:2019:8428
  3. Conclusie A-G · 12 januari 2021

    ECLI:NL:PHR:2021:204
  4. Hoge Raad · 2 maart 2021deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2021:313

    Niet ontvankelijk

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 19/04685

Datum 2 maart 2021

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 11 oktober 2019, nummer 21-001839-18, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1975,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J. Boksem, advocaat te Leeuwarden, een schriftuur ingediend. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot nietontvankelijkverklaring van het cassatieberoep.

2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De procureurgeneraal bij de Hoge Raad heeft de gelegenheid gekregen een advies uit te brengen. De Hoge Raad is tot het oordeel gekomen dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen. Hij zal daarom gebruikmaken van de mogelijkheid om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren (zie artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en J.C.A.M. Claassens, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 2 maart 2021.