Strafrecht overig
Rijden zonder rijbewijs, art. 107.1 WVW 1994. Ontvankelijkheid hoger beroep. Hof (enkelvoudige kamer) heeft…
Hoge Raad, 2 maart 2021
ECLI:NL:HR:2021:337 · Hoge Raad · 2 maart 2021
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2021-337
Zaakgegevens
Op 2 maart 2021 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 2 maart 2021
- Datum publicatie
- 2 maart 2021
- Zaaknummer
- 20/00712
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2021:337
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Rijden zonder rijbewijs, art. 107.1 WVW 1994. Ontvankelijkheid hoger beroep. Hof (enkelvoudige kamer) heeft verdachte n-o verklaard in zijn h.b., omdat het te laat is ingesteld, art. 408.2 Sv. Beroep op verontschuldigbare termijnoverschrijding. Had hof gemotiveerd moeten beslissen op ttz. in h.b. afgelegde verklaring van verdachte m.b.t. het door hem voor verstrijken van beroepstermijn naar arrondissementsparket verzonden “bezwaarschrift”? HR: Op redenen vermeld in CAG slaagt middel. CAG: Door verdachte gevoerd verweer in h.b. kan bezwaarlijk anders worden verstaan dan als verweer dat inhoudt dat termijn voor instellen van h.b. verontschuldigbaar is overschreden, in aanmerking genomen dat verdachte ttz. niet werd bijgestaan door een advocaat. Verweer is door hof (kennelijk) verworpen maar hof heeft nagelaten een uitdrukkelijke en gemotiveerde beslissing te nemen. Dit verzuim dient tot cassatie te leiden, nu geen sprake is van verweer dat hof slechts had kunnen verwerpen. Volgt vernietiging en terugwijzing. Samenhang met 20/00713.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 12 januari 2021
ECLI:NL:PHR:2021:8Hoge Raad · 2 maart 2021deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2021:337
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 20/00712
Datum 2 maart 2021
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 20 januari 2020, nummer 22-005029-19, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1972,
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben R.J. Baumgardt, P. van Dongen en S. van den Akker, allen advocaat te Rotterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Den Haag, opdat de zaak opnieuw kan worden berecht en afgedaan.
2 Beoordeling van het cassatiemiddel
Het cassatiemiddel richt zich tegen het oordeel van het hof dat het hoger beroep te laat is ingesteld.
Het cassatiemiddel slaagt. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 5 tot en met 18.
3 Beslissing
De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof;
- wijst de zaak terug naar het gerechtshof Den Haag, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en C. Caminada, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 2 maart 2021.