Strafrecht overig

Caribische zaak. Medeplegen moord op Sint-Maarten (art. 2:262 jo. 1:123 SrStM) en medeplegen voorhanden…

Zaakgegevens

Op 11 mei 2021 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
11 mei 2021
Datum publicatie
10 mei 2021
Zaaknummer
19/05346
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2021:720
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Caribische zaak. Medeplegen moord op Sint-Maarten (art. 2:262 jo. 1:123 SrStM) en medeplegen voorhanden hebben vuurwapens en munitie (art. 3.1 Vuurwapenverordening jo. 1:1:123 SrStM). Middelen over 1. afwijking uos m.b.t. gebruik camerabeelden en waarnemingen, 2. betrouwbaarheid anonieme getuige en steunbewijs, 3. gebruik voor bewijs van p-v met verklaring onbekend gebleven beller en 4. medeplegen. HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 19/05691.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 16 maart 2021

    ECLI:NL:PHR:2021:275
  2. Hoge Raad · 11 mei 2021deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2021:720

Uitspraak

Inhoudsopgave

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 19/05346 A

Datum 11 mei 2021

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een vonnis van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, van 14 november 2019, nummer H 15/19, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1994,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft N. van Schaik, advocaat te Utrecht, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend voor wat betreft de strafoplegging, tot vermindering van de opgelegde straf, en tot verwerping van het beroep voor het overige.

De raadsman van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2 Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof

De verdachte bevindt zich in voorlopige hechtenis. De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan zestien maanden zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de opgelegde gevangenisstraf van 22 jaren.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf;

- vermindert deze in die zin dat deze 21 jaren en 10 maanden beloopt;

- verwerpt het beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en J.C.A.M. Claassens, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 mei 2021.