Strafrecht overig

Beklag, beslag ex art. 94 Sv op mobiele telefoon onder klager t.z.v. verdenking van handel in verdovende…

Zaakgegevens

Op 13 juli 2021 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
13 juli 2021
Datum publicatie
24 juni 2021
Zaaknummer
20/01433
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2021:999
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Beklag, beslag ex art. 94 Sv op mobiele telefoon onder klager t.z.v. verdenking van handel in verdovende middelen. Ontvankelijkheid cassatieberoep na teruggave aan klager, art. 134.2 Sv. Uit door AG ingewonnen inlichtingen blijkt dat inbeslaggenomen mobiele telefoon is teruggegeven aan klager. Hieruit volgt dat beslag op mobiele telefoon inmiddels is beëindigd. Daarom zal HR cassatieberoep van klager niet in behandeling nemen. Klager n-o.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 1 juni 2021

    ECLI:NL:PHR:2021:699
  2. Hoge Raad · 13 juli 2021deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2021:999

Uitspraak

Inhoudsopgave

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 20/01433 B

Datum 13 juli 2021

BESCHIKKING

op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Midden-Nederland van 2 april 2020, nummer RK 19/2552, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend

door

[klager] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1997,

hierna: de klager.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de klager. Namens deze hebben L.C. de Lange en R.P. van der Graaf, beiden advocaat te Utrecht, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.

De advocaat-generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de klager in zijn cassatieberoep.

2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

2.1

Voor zover hier van belang, gaat het in deze zaak om de inbeslagneming onder de klager van een mobiele telefoon, merk Apple iPhone 6s. De rechtbank heeft het klaagschrift van de klager dat strekt tot teruggave aan hem van dat inbeslaggenomen voorwerp ongegrond verklaard.

2.2

Uit door de advocaat-generaal ingewonnen inlichtingen blijkt dat de inbeslaggenomen mobiele telefoon waarop het cassatiemiddel betrekking heeft, is teruggegeven aan de klager.

2.3

Artikel 134 lid 2 van het Wetboek van Strafvordering luidt:

“Het beslag wordt beëindigd doordat hetzij

a. het inbeslaggenomen voorwerp wordt teruggegeven, dan wel de waarde daarvan wordt uitbetaald;

(...)”

2.4

Hieruit volgt dat het beslag op de mobiele telefoon inmiddels is beëindigd. Daarom zal de Hoge Raad het cassatieberoep van de klager niet in behandeling nemen.

3 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze beschikking is gegeven door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 13 juli 2021.