Strafrecht overig

Rijden onder invloed van cannabis, art. 8.5 WVW 1994. Heeft hof verzuimd te beslissen op ttz. in hoger beroep…

Zaakgegevens

Op 18 oktober 2022 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
18 oktober 2022
Datum publicatie
10 oktober 2022
Zaaknummer
20/03815
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2022:1420
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Rijden onder invloed van cannabis, art. 8.5 WVW 1994. Heeft hof verzuimd te beslissen op ttz. in hoger beroep gedaan voorwaardelijk verzoek tot horen 4 verbalisanten die bij uitvoering van bloedproef betrokken zijn geweest? HR: Op redenen vermeld in CAG slaagt middel. CAG: Het betreft hier onmiskenbaar een in voorwaardelijke vorm gedaan verzoek a.b.i. art. 331.1 jo. 328 Sv om toepassing te geven aan art. 315 Sv, zodat uitdrukkelijke beslissing op dit verzoek was vereist. Voorwaarde die raadsman aan verzoek had gesteld is vervuld, met als gevolg dat hof gehouden was op verzoek te beslissen. Processen-verbaal van tz. in h.b. en bestreden uitspraak bevatten geen uitdrukkelijke beslissing op verzoek. Dit verzuim heeft gelet op art. 330 jo. 415 Sv nietigheid ten gevolge. Verdachte heeft rechtens te respecteren belang bij respons op verzoek tot horen van getuigen ter toetsing van betrouwbaarheid van dat onderzoek.

Volgt vernietiging en terugwijzing.

Procesgang

  1. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 10 november 2020

    ECLI:NL:GHSHE:2020:4167
  2. Conclusie A-G · 6 september 2022

    ECLI:NL:PHR:2022:782
  3. Hoge Raad · 18 oktober 2022deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2022:1420

Uitspraak

Inhoudsopgave

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 20/03815

Datum 18 oktober 2022

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 10 november 2020, nummer 20-000130-19, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1981,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft H. Bakker, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof ’s-Hertogenbosch, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.

2 Beoordeling van het tweede cassatiemiddel

2.1

Het cassatiemiddel klaagt dat het hof niet heeft beslist op een voorwaardelijk verzoek dat de verdediging op de terechtzitting in hoger beroep heeft gedaan om getuigen te horen.

2.2

Het cassatiemiddel slaagt. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 25 tot en met 31.

3 Beoordeling van het eerste cassatiemiddel

Gelet op de beslissing die hierna volgt, is bespreking van het cassatiemiddel niet nodig.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

- vernietigt de uitspraak van het hof;

- wijst de zaak terug naar het gerechtshof ’s-Hertogenbosch, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.

Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en C. Caminada, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 oktober 2022.