Strafrecht overig

Art. 416.2 Sv na veroordeling t.z.v. telen van grote hoeveelheid hennep (art. 11.5 jo. 3.B Opiumwet) en…

Zaakgegevens

Op 22 maart 2022 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
22 maart 2022
Datum publicatie
18 maart 2022
Zaaknummer
21/00596
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2022:408
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Art. 416.2 Sv na veroordeling t.z.v. telen van grote hoeveelheid hennep (art. 11.5 jo. 3.B Opiumwet) en diefstal van elektriciteit d.m.v. verbreking (art. 311.1.5 Sr). Aanhoudingsverzoek niet gemachtigde raadsvrouw ttz. in hoger beroep teneinde machtiging te verkrijgen op de grond dat kans aanwezig is dat verdachte in Marokko verblijft omdat zijn ouders ziek zijn, door hof afgewezen met overweging dat verzoek onvoldoende is onderbouwd, nu geen sprake is van begin van aannemelijkheid, en belang van doeltreffende en spoedige berechting prevaleert boven belang van kunnen uitoefenen van aanwezigheidsrecht.

HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 21/00594 P en 21/00595.

Procesgang

  1. Uitspraak · 2021

    ECLI:NL:GHSHE:2021:440
  2. Conclusie A-G · 8 februari 2022

    ECLI:NL:PHR:2022:272
  3. Hoge Raad · 22 maart 2022deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2022:408

Uitspraak

Inhoudsopgave

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 21/00596

Datum 22 maart 2022

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 1 februari 2021, nummer 20-001247-19, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1983,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben R.J. Baumgardt, P. van Dongen en S. van den Akker, allen advocaat te Rotterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren M.J. Borgers en C. Caminada, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 22 maart 2022.