Strafrecht overig
Art. 416.2 Sv na veroordeling t.z.v. rijden met ongeldig verklaard rijbewijs (art. 9.2 WVW 1994)…
ECLI:NL:HR:2022:69 · Hoge Raad · 25 januari 2022
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2022-69
Zaakgegevens
Op 25 januari 2022 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 25 januari 2022
- Datum publicatie
- 21 januari 2022
- Zaaknummer
- 20/03825
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2022:69
Samenvatting
Art. 416.2 Sv na veroordeling t.z.v. rijden met ongeldig verklaard rijbewijs (art. 9.2 WVW 1994). Aanwezigheidsrecht, detentie uit andere hoofde gebleken uit in cassatie overgelegde stukken en door AG ingewonnen inlichtingen. HR: Op gronden die zijn vermeld in CAG is middel terecht voorgesteld. CAG: Uit ingewonnen inlichtingen volgt dat verdachte om 01:50 uur in de nacht voorafgaand aan tz. bij hof door politie is aangehouden, vervolgens is ingesloten in cellencomplex en nog was ingesloten t.t.v. behandeling van zijn zaak door hof om 9:30 uur. In het licht daarvan is ‘s hofs beslissing hof om de zaak buiten aanwezigheid van verdachte te behandelen omdat hof een gerechtvaardigd vermoeden kon hebben dat verdachte vrijwillig afstand had gedaan van zijn aanwezigheidsrecht, achteraf bezien onjuist, zodat aan het recht van verdachte om in zijn tegenwoordigheid te worden berecht is tekortgedaan.
Volgt vernietiging en terugwijzing. Samenhang met 20/03824.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 30 november 2021
ECLI:NL:PHR:2021:1127Hoge Raad · 25 januari 2022deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2022:69
Uitspraak
Inhoudsopgave
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 20/03825
Datum 25 januari 2022
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 12 november 2020, nummer 20-002478-19, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1982,
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft A.D.M. Klein Selle, advocaat te Oisterwijk, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof ’s-Hertogenbosch, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.
2 Beoordeling van het cassatiemiddel
Het cassatiemiddel keert zich tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in zijn hoger beroep en voert daartoe aan dat de verdachte tijdens de behandeling van zijn zaak op de terechtzitting in hoger beroep in verband met een andere strafzaak was gedetineerd.
Het cassatiemiddel slaagt. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal.
3 Beslissing
De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof;
- wijst de zaak terug naar het gerechtshof ’s-Hertogenbosch, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en C. Caminada, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 25 januari 2022.