Strafrecht overig
Mensenhandel (meermalen gepleegd), art. 273f Sr. T.t.v. inzending dossier naar HR ontbreken p-v van tz. in…
ECLI:NL:HR:2022:915 · Hoge Raad · 21 juni 2022
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2022-915
Zaakgegevens
Op 21 juni 2022 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 21 juni 2022
- Datum publicatie
- 21 juni 2022
- Zaaknummer
- 20/04038
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2022:915
Samenvatting
Mensenhandel (meermalen gepleegd), art. 273f Sr. T.t.v. inzending dossier naar HR ontbreken p-v van tz. in hoger beroep (art. 326 Sv) en aanvulling bewijsmiddelen (art. 365a Sv), terwijl die stukken nadien alsnog zijn opgemaakt. HR: Op redenen vermeld in CAG slaagt middel. CAG: Raadsman heeft o.g.v. art. 4.3.6.3 Procesreglement HR verzocht om toezending van die stukken. Hof heeft aan HR bericht dat deze stukken nog niet zijn opgemaakt, omdat het dossier per abuis te vroeg aan HR is verstuurd. Ondanks verzoek HR om stukken niet alsnog op te maken heeft hof dit toch gedaan. Hierop kan echter geen acht worden geslagen, nu t.t.v. de inzending van het dossier die stukken ontbraken.
Volgt vernietiging en terugwijzing.
Procesgang
Gerechtshof Den Haag · 30 november 2020
ECLI:NL:GHDHA:2020:2650Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 10 mei 2022
ECLI:NL:PHR:2022:581Hoge Raad · 21 juni 2022deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2022:915
Uitspraak
Inhoudsopgave
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 20/04038
Datum 21 juni 2022
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 30 november 2020, nummer 22-000670-19, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1998,
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben R.J. Baumgardt, P. van Dongen en S. van den Akker, allen advocaat te Rotterdam, bij schriftuur en aanvullende schrifturen cassatiemiddelen voorgesteld. De schrifturen zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.
De advocaat-generaal P.C. Vegter heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest en tot terugwijzing van de zaak naar het Gerechtshof Den Haag, teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.
2 Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
Het cassatiemiddel klaagt over het ontbreken van een proces-verbaal van de terechtzitting
van het hof en het ontbreken van de gebezigde bewijsmiddelen zodat het arrest van het hof nietig is.
Het cassatiemiddel slaagt. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal.
3 Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
Gelet op de beslissing die hierna volgt, is bespreking van het cassatiemiddel niet nodig.
4 Beslissing
De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof;
- wijst de zaak terug naar het gerechtshof Den Haag, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 21 juni 2022.