Strafrecht overig
Beklag, beslag ex 94 Sv op motorfiets van klaagster onder schoonzoon van klaagster t.z.v. verdenking van…
ECLI:NL:HR:2023:1015 · Hoge Raad · 11 juli 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2023-1015
Zaakgegevens
Op 11 juli 2023 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 11 juli 2023
- Datum publicatie
- 30 juni 2023
- Zaaknummer
- 22/01915
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2023:1015
Samenvatting
Beklag, beslag ex 94 Sv op motorfiets van klaagster onder schoonzoon van klaagster t.z.v. verdenking van rijden zonder rijbewijs. Had klaagster redelijkerwijs kunnen vermoeden dat haar bromfiets door verdachte (schoonzoon) i.v.m. strafbaar feit zou worden gebruikt? Art. 33a.2.a Sr. HR: Om redenen vermeld in CAG slaagt middel. CAG: Rb heeft door bij haar oordeel dat het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat later oordelende strafrechter de verbeurdverklaring van het inbeslaggenomen voertuig zal bevelen, beslissend te achten dat klaagster “niet haar verantwoordelijkheid heeft genomen door te verifiëren of beslagene inmiddels over een geldig rijbewijs beschikt”, haar oordeel niet toereikend gemotiveerd. Rb had bij dit oordeel moeten betrekken of het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat strafrechter daarbij ook tot het oordeel zal komen dat klaagster bekend was met het gebruik van het voertuig voor rijden zonder rijbewijs door verdachte op 14-3-2022, dan wel dat gebruik redelijkerwijs had kunnen vermoeden.
Volgt vernietiging en terugwijzing.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 30 mei 2023
ECLI:NL:PHR:2023:365Hoge Raad · 11 juli 2023deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2023:1015
Uitspraak
Inhoudsopgave
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 22/01915 B
Datum 11 juli 2023
BESCHIKKING
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Noord-Nederland van 20 april 2022, nummer RK 22/005805, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend
door
[klaagster] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1960,
hierna: de klaagster.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de klaagster. Namens deze hebben R.J. Baumgardt, P. van Dongen en S. van den Akker, allen advocaat te Rotterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden beschikking en tot terugwijzing van de zaak naar de rechtbank Noord-Nederland, teneinde op het bestaande beklag opnieuw te worden berecht en afgedaan.
2 Beoordeling van het cassatiemiddel
Het cassatiemiddel klaagt over de ongegrondverklaring van het beklag tegen het op grond van artikel 94 van het Wetboek van Strafvordering onder een derde gelegde beslag op het voertuig van de klaagster.
Het cassatiemiddel slaagt. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal.
3 Beslissing
De Hoge Raad:
- vernietigt de beschikking van de rechtbank;
- wijst de zaak terug naar de rechtbank Noord-Nederland, opdat de zaak opnieuw wordt behandeld en afgedaan.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren M. Kuijer en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 juli 2023.